Stadskanaal: 105.3FM | Veendam: 106.9FM | TV Kanaal 1458 KPN |TV kanaal 42 Ziggo | TV kanaal 25 SKV

Stadskanaal, wat ben je toch veranderd in al die jaren (2)

Een wandeling naar De Brouken

door Anton de Wijk

Ik vervolg mijn wandeling langs de Cederhage, steek de Eikenhage over en loop
langs de Sparrenhage. De laatste woningen langs het fietspad staan verder naar achteren en deze bewoners hebben verplicht een buitenbus die door de PTT in
1974 is ingevoerd.
Deze maatregel geldt als men verder dan 10 meter van de openbare weg woont.
Met de bouw van De Hagenbuurt begon men na 1970.
Het waren woningen bedoeld voor Philips werknemers.

Maar de huur voor deze woningen was aanzienlijk hoger dan voor andere
woningen in onze gemeente, met het gevolg dat ze lang leeg bleven staan.
Onze woning in de Palmenhage werd in 1974 gebouwd, wij betrokken het huis
pas in november 1975, terwijl andere huizen in het blok weer pas veel later werden bewoond.

Wij waren de eerste bewoners van het eerste blok, op nummer 24 woonden de familie Ottens, die toen de eerste bewoners waren van het tweede blok op nr. 24.
De huur van de woning diende men over te maken aan Woningstichting Hertog van Lotharingen in Eindhoven. De maandhuur bedroeg toen 270,- gulden per maand.

Voor onze vorige woning betaalden wij in 1974 maandelijks 123,15,- gulden.
Door een besluit van het Ministerie van Volkshuisvesting, kwamen bewoners die kozen voor een duurdere huurwoning, drie jaar lang in aanmerking voor een
huurgewinningssubsidie, het eerste jaar was dit 1215,-, het tweede jaar 810,- en in het derde jaar kreeg men 405,- gulden subsidie uitgekeerd.
Dit om potentiële huurders voor De Hagen over de streep te trekken.

Maar de jaarlijkse huurverhogingen logen er ook niet om, 8% was toen een nor- male gang van zaken die wij in april 1976 al voor onze kiezen kregen.
In 1993 verkocht Woningstichting Hendrik van Lotharingen 504 woningen en 77
garages aan Nationaal Grondbezit N.V. (Nagron) in Eindhoven, die de woningen korte tijd daarna te koop aanbood aan de huidige bewoners.
In 1995, kort voordat wij de woning kochten, was de maandhuur al opgelopen tot iets meer dan 663 gulden. Dus koop was veel voordeliger dan huren, die keus
was gauw gemaakt.

Aangekomen bij de rotonde Amerikalaan, Dr. Kinglaan, Atlantislaan, (begin 1990 aangelegd) ga ik rechtsaf via het fietspad richting Brandweerkazerne.
In dit stuk, in de knik van de weg was het in 1979 flink raak toen in februari van dat jaar een hevige sneeuwstorm het noorden volledig lam legde.
IJskoude winden uit het oosten bliezen de sneeuw metershoog op.
De wind had hier vrij spel over de kale landerijen omdat De Vogelbuurt nog niet was aangelegd.

Zelfs uit het Duitse Niedersachsen werd de sneeuw onze richting opgeblazen.
De sneeuw hoopte zich op tot aan de takken van de bomen langs de weg die er
dertig jaar geleden ook al stonden. Weliswaar niet zo hoog als nu, en minder dik van omvang. Tientallen auto’s werden onder de enorme sneeuwmassa’s begraven
doordat ze in de sneeuw bleven steken. Dit gebeurde ook op de Kielsterachter- weg die dagenlang onbegaanbaar was maar met behulp van het leger die zwaar
materieel inzette, weer berijdbaar werd gemaakt.

Samen met mijn dochter die toen 11 jaar was, liepen we over de metershoge sneeuwduinen, waar een paar meter onder ons de auto’s waren begraven.
Ik herinner mij nog haarscherp dat onder de sneeuw een Volkswagen Kever was
bedolven. Toen de bulldozers een paar dagen later de auto’s voorzichtig hadden
uitgegraven, stapte de eigenaar van deze wagen in, startte de motor en reed vrolijk weg.

De overige eigenaren in opperste verbazing achterlatend omdat hun auto niet
aan de praat te krijgen was. Maar de luchtgekoelde Volkswagenmotor
startte praktisch onder alle omstandigheden. Twintig graden onder nul?
De Kever maalde er niet om, contactsleutel omdraaien en rijden maar.
Over de winter van 1979 plaats ik later nog wel eens een verhaal op deze site.

Op de T-splitsing van het fietspad met tegenover mij de Brandweerkazerne, sla ik
linksaf. Rechts naast mij loopt de Nautilusweg, en links van mij stroomt de vijver
waarop nog niet zo lang geleden werd geschaatst. Nu jaagt een koude wind over
het water, waarbij een stuk boomstronk door de golfslag deinend meevaart.
Aan de overkant van de snelweg ligt het industrieterrein waar momenteel flink wordt gebouwd.

In juli 1987 was het bedrijventerrein aan de Vleddermond, Veenstraat die later helemaal verder naar achteren richting Vledderbos is uitgebreid, nog helemaal leeg. Dit zag ik kortgeleden in mijn fotoalbum toen ik die doorbladerde.
Het was een grote kale vlakte, met hier en daar een loods. Het was verder als landbouwgrond in gebruik.

Ik zag hier oud LTO voorzitter Aike Maarsingh wel eens aan het werk op zijn landerijen aan de Veenstraat tijdens mijn bestelling. Aike was jarenlang het gezicht van akkerbouwend Nederland. Een strijdbare man, die de barricaden niet schuwde indien dit nodig was. Een man die de weg in Brussel kende, en die je als boer niets hoefde te vertellen. Een sympathieke landbouwer die zijn standpunten in een debat bijzonder goed kon verwoorden.

Op de hoek van de Veenstraat bouwde in 1980 autohuis Boelens uit Veendam een nieuwe Opel garage, tegenover bouwbedrijf Meijering Benus,
nu Jorritsma Bouw. (Het gebouw staat nu leeg)
Jarenlang stond bij het bedrijf rond de kerst een tiental meters hoge kerstboom
opgesteld die zijn lichtjes deed pinkelen in de donkere decembernacht.
Rijdende vanaf de Drentse Mondenweg werd men al op de naderende kerst op-
merkzaam gemaakt.

Als we spreken van de jaren 60 en 70 dan mogen we rustig stellen dat dit aan-
nemersbedrijf op het gebied van grond- en betonwerken en wegenbouw toen één van de grootste van het noorden kon worden genoemd.
Boelens kwam van de Hoofdstraat waar eerder garage Kleinstra gehuisvest was.
Toen deze garage werd afgebroken werd er een nieuw pand neergezet van super-
markt Edah, later door Basismarkt, en nu heeft Lidl er al weer jaren een super-
markt. De Opel-garage aan de Veenstraat werd een jaar of vier geleden na
het faillissement van Boelens overgenomen door Herman Ambergen.

Om de hoek van de Veenstraat – Ged. Vleddermond stond toen machinefabriek
Beuving. Als zomers de grote deuren openstonden, reden we er met de postauto naar binnen tot aan het kantoortje van magazijnmeester Sietze Kuperus, een Fries, waar wij de postpakketten afleverden en door Sietze werden afgetekend.
Even verderop was er een opslag van meubelzaak Kruit Kramer die hun zaak aan de Poststraat hadden, maar later een geheel nieuw pand lieten bouwen aan
de Navolaan.

Veel bedrijven verhuisden naar het nieuwe industrieterrein omdat ze daar meer
mogelijkheden zagen voor uitbreiding. Zo stroomde het gebied langzaam vol, het
is proces dat jaren vergt want heden ten dage heersen er nog volop bouwactivi- teiten in het gebied tussen de Nautilusweg en de Ged. Vleddermond.
Nu we hier toch op dit punt zijn aangeland schiet mij ineens een herinnering te
binnen en hoor ik de flarden van een melodie die toen werd gezongen en vanuit
de geopende ramen de straat inschalde.

1959
De zomer is weliswaar niet bijzonder heet, maar droog, gortdroog.
De zon scheen alle dagen overvloedig want de zomer van 1959 ging lange tijd de boeken in als zijnde de zonnigste tot nu toe uit onze weergeschiedenis.
Maar records zijn er om gebroken te worden, dus sneuvelde ook dit record in 2003 die nu met ruim 40 uur meer zon dan in 1959 fier aan kop staat.
Boeren zijn in ’59 de wanhoop nabij omdat in hun weilanden dorre verdroogde
plekken verschenen door de droogte.

Het hele jaar door was het droog, de zon stond alle dagen als een koperen
ploert aan de hemel en verdorde de aarde.
Groenten waren duur dat jaar. Er viel iets meer dan 530 mm regen zodat het ver
verwijderd bleef van het gemiddelde neerslag. Tot nu toe staat 1959 op de 3e plaats sinds 1901 voor wat het droogste jaar betreft. Negen jaar eerder, in 1950 viel er iets meer dan 940 mm, ruim 400 mm meer en dat jaar behoorde weer tot
een van de natste. Grote tegenstellingen dus.

Ik was telegrambesteller maar mocht de eerste weken nog niet op de Solex rijden omdat ik nog geen bromfietscertificaat had. Dat was toen bij de PTT verplicht,
want anders was je niet verzekerd. Op een van die prachtige zonnige dagen in het
begin van augustus, kwam er een telegram binnen voor Klompenfabriek van Goor
die ik moest bestellen. De Hoofdstraat zag er toen heel anders uit dan tegenwoor- dig, veel smaller, een lommerrijker weg met aan beide zijden een rij bomen.

Heerlijk in de schaduw rijdend fietste ik naar de Vleddermond om de telegram
af te leveren. Aan de Industriestraat stond de confectiefabriek van de fa. Goes.
De dames die er toen werkten deden hun werk schijnbaar met heel veel plezier want altijd klonk er gezang als men het atelier passeerde. Zo ook deze dag, uit de geopende ramen hoorde ik toen het welbekende liedje van Zwarte Riek uit 1956, die toen veelvuldig op de radio was te horen: De Modinettes.

Wij zijn de meisjes van ’t confectieatelier,
de modinettes, de modinettes,
Wij zijn de meisjes van ’t confectieatelier,
wij doen steeds aan de mode mee.

Als ik dit liedje hoor, 50 jaar na dato, verbind ik het nog altijd aan het confectie-
atelier van de firma Goes, en glijden de bijpassende beelden ongewild mijn herinnering binnen.


 


Stadskanaal, wat ben je toch veranderd in al die jaren (2)
                         Een wandeling naar De Brouken

                                 door Anton de Wijk

Ik vervolg mijn wandeling langs de Cederhage, steek de Eikenhage over en loop
langs de Sparrenhage. De laatste woningen langs het fietspad staan verder naar achteren en deze bewoners hebben verplicht een buitenbus die door de PTT in
1974 is ingevoerd.
Deze maatregel geldt als men verder dan 10 meter van de openbare weg woont.
Met de bouw van De Hagenbuurt begon men na 1970.
Het waren woningen bedoeld voor Philips werknemers.

Maar de huur voor deze woningen was aanzienlijk hoger dan voor andere
woningen in onze gemeente, met het gevolg dat ze lang leeg bleven staan.
Onze woning in de Palmenhage werd in 1974 gebouwd, wij betrokken het huis
pas in november 1975, terwijl andere huizen in het blok weer pas veel later werden bewoond.

Wij waren de eerste bewoners van het eerste blok, op nummer 24 woonden de familie Ottens, die toen de eerste bewoners waren van het tweede blok op nr. 24.
De huur van de woning diende men over te maken aan Woningstichting Hertog van Lotharingen in Eindhoven. De maandhuur bedroeg toen 270,- gulden per maand.

Voor onze vorige woning betaalden wij in 1974 maandelijks 123,15,- gulden.
Door een besluit van het Ministerie van Volkshuisvesting, kwamen bewoners die kozen voor een duurdere huurwoning, drie jaar lang in aanmerking voor een
huurgewinningssubsidie, het eerste jaar was dit 1215,-, het tweede jaar 810,- en in het derde jaar kreeg men 405,- gulden subsidie uitgekeerd.
Dit om potentiële huurders voor De Hagen over de streep te trekken.

Maar de jaarlijkse huurverhogingen logen er ook niet om, 8% was toen een nor- male gang van zaken die wij in april 1976 al voor onze kiezen kregen.
In 1993 verkocht Woningstichting Hendrik van Lotharingen 504 woningen en 77
garages aan Nationaal Grondbezit N.V. (Nagron) in Eindhoven, die de woningen korte tijd daarna te koop aanbood aan de huidige bewoners.
In 1995, kort voordat wij de woning kochten, was de maandhuur al opgelopen tot iets meer dan 663 gulden. Dus koop was veel voordeliger dan huren, die keus
was gauw gemaakt.

Aangekomen bij de rotonde Amerikalaan, Dr. Kinglaan, Atlantislaan, (begin 1990 aangelegd) ga ik rechtsaf via het fietspad richting Brandweerkazerne.
In dit stuk, in de knik van de weg was het in 1979 flink raak toen in februari van dat jaar een hevige sneeuwstorm het noorden volledig lam legde.
IJskoude winden uit het oosten bliezen de sneeuw metershoog op.
De wind had hier vrij spel over de kale landerijen omdat De Vogelbuurt nog niet was aangelegd.

Zelfs uit het Duitse Niedersachsen werd de sneeuw onze richting opgeblazen.
De sneeuw hoopte zich op tot aan de takken van de bomen langs de weg die er
dertig jaar geleden ook al stonden. Weliswaar niet zo hoog als nu, en minder dik van omvang. Tientallen auto’s werden onder de enorme sneeuwmassa’s begraven
doordat ze in de sneeuw bleven steken. Dit gebeurde ook op de Kielsterachter- weg die dagenlang onbegaanbaar was maar met behulp van het leger die zwaar
materieel inzette, weer berijdbaar werd gemaakt.

Samen met mijn dochter die toen 11 jaar was, liepen we over de metershoge sneeuwduinen, waar een paar meter onder ons de auto’s waren begraven.
Ik herinner mij nog haarscherp dat onder de sneeuw een Volkswagen Kever was
bedolven. Toen de bulldozers een paar dagen later de auto’s voorzichtig hadden
uitgegraven, stapte de eigenaar van deze wagen in, startte de motor en reed vrolijk weg.

De overige eigenaren in opperste verbazing achterlatend omdat hun auto niet
aan de praat te krijgen was. Maar de luchtgekoelde Volkswagenmotor
startte praktisch onder alle omstandigheden. Twintig graden onder nul?
De Kever maalde er niet om, contactsleutel omdraaien en rijden maar.
Over de winter van 1979 plaats ik later nog wel eens een verhaal op deze site.

Op de T-splitsing van het fietspad met tegenover mij de Brandweerkazerne, sla ik
linksaf. Rechts naast mij loopt de Nautilusweg, en links van mij stroomt de vijver
waarop nog niet zo lang geleden werd geschaatst. Nu jaagt een koude wind over
het water, waarbij een stuk boomstronk door de golfslag deinend meevaart.
Aan de overkant van de snelweg ligt het industrieterrein waar momenteel flink wordt gebouwd.

In juli 1987 was het bedrijventerrein aan de Vleddermond, Veenstraat die later helemaal verder naar achteren richting Vledderbos is uitgebreid, nog helemaal leeg. Dit zag ik kortgeleden in mijn fotoalbum toen ik die doorbladerde.
Het was een grote kale vlakte, met hier en daar een loods. Het was verder als landbouwgrond in gebruik.

Ik zag hier oud LTO voorzitter Aike Maarsingh wel eens aan het werk op zijn landerijen aan de Veenstraat tijdens mijn bestelling. Aike was jarenlang het gezicht van akkerbouwend Nederland. Een strijdbare man, die de barricaden niet schuwde indien dit nodig was. Een man die de weg in Brussel kende, en die je als boer niets hoefde te vertellen. Een sympathieke landbouwer die zijn standpunten in een debat bijzonder goed kon verwoorden.

Op de hoek van de Veenstraat bouwde in 1980 autohuis Boelens uit Veendam een nieuwe Opel garage, tegenover bouwbedrijf Meijering Benus,
nu Jorritsma Bouw. (Het gebouw staat nu leeg)
Jarenlang stond bij het bedrijf rond de kerst een tiental meters hoge kerstboom
opgesteld die zijn lichtjes deed pinkelen in de donkere decembernacht.
Rijdende vanaf de Drentse Mondenweg werd men al op de naderende kerst op-
merkzaam gemaakt.

Als we spreken van de jaren 60 en 70 dan mogen we rustig stellen dat dit aan-
nemersbedrijf op het gebied van grond- en betonwerken en wegenbouw toen één van de grootste van het noorden kon worden genoemd.
Boelens kwam van de Hoofdstraat waar eerder garage Kleinstra gehuisvest was.
Toen deze garage werd afgebroken werd er een nieuw pand neergezet van super-
markt Edah, later door Basismarkt, en nu heeft Lidl er al weer jaren een super-
markt. De Opel-garage aan de Veenstraat werd een jaar of vier geleden na
het faillissement van Boelens overgenomen door Herman Ambergen.

Om de hoek van de Veenstraat – Ged. Vleddermond stond toen machinefabriek
Beuving. Als zomers de grote deuren openstonden, reden we er met de postauto naar binnen tot aan het kantoortje van magazijnmeester Sietze Kuperus, een Fries, waar wij de postpakketten afleverden en door Sietze werden afgetekend.
Even verderop was er een opslag van meubelzaak Kruit Kramer die hun zaak aan de Poststraat hadden, maar later een geheel nieuw pand lieten bouwen aan
de Navolaan.

Veel bedrijven verhuisden naar het nieuwe industrieterrein omdat ze daar meer
mogelijkheden zagen voor uitbreiding. Zo stroomde het gebied langzaam vol, het
is proces dat jaren vergt want heden ten dage heersen er nog volop bouwactivi- teiten in het gebied tussen de Nautilusweg en de Ged. Vleddermond.
Nu we hier toch op dit punt zijn aangeland schiet mij ineens een herinnering te
binnen en hoor ik de flarden van een melodie die toen werd gezongen en vanuit
de geopende ramen de straat inschalde.

1959
De zomer is weliswaar niet bijzonder heet, maar droog, gortdroog.
De zon scheen alle dagen overvloedig want de zomer van 1959 ging lange tijd de boeken in als zijnde de zonnigste tot nu toe uit onze weergeschiedenis.
Maar records zijn er om gebroken te worden, dus sneuvelde ook dit record in 2003 die nu met ruim 40 uur meer zon dan in 1959 fier aan kop staat.
Boeren zijn in ’59 de wanhoop nabij omdat in hun weilanden dorre verdroogde
plekken verschenen door de droogte.

Het hele jaar door was het droog, de zon stond alle dagen als een koperen
ploert aan de hemel en verdorde de aarde.
Groenten waren duur dat jaar. Er viel iets meer dan 530 mm regen zodat het ver
verwijderd bleef van het gemiddelde neerslag. Tot nu toe staat 1959 op de 3e plaats sinds 1901 voor wat het droogste jaar betreft. Negen jaar eerder, in 1950 viel er iets meer dan 940 mm, ruim 400 mm meer en dat jaar behoorde weer tot
een van de natste. Grote tegenstellingen dus.

Ik was telegrambesteller maar mocht de eerste weken nog niet op de Solex rijden omdat ik nog geen bromfietscertificaat had. Dat was toen bij de PTT verplicht,
want anders was je niet verzekerd. Op een van die prachtige zonnige dagen in het
begin van augustus, kwam er een telegram binnen voor Klompenfabriek van Goor
die ik moest bestellen. De Hoofdstraat zag er toen heel anders uit dan tegenwoor- dig, veel smaller, een lommerrijker weg met aan beide zijden een rij bomen.

Heerlijk in de schaduw rijdend fietste ik naar de Vleddermond om de telegram
af te leveren. Aan de Industriestraat stond de confectiefabriek van de fa. Goes.
De dames die er toen werkten deden hun werk schijnbaar met heel veel plezier want altijd klonk er gezang als men het atelier passeerde. Zo ook deze dag, uit de geopende ramen hoorde ik toen het welbekende liedje van Zwarte Riek uit 1956, die toen veelvuldig op de radio was te horen: De Modinettes.

Wij zijn de meisjes van ’t confectieatelier,
de modinettes, de modinettes,
Wij zijn de meisjes van ’t confectieatelier,
wij doen steeds aan de mode mee.

Als ik dit liedje hoor, 50 jaar na dato, verbind ik het nog altijd aan het confectie-
atelier van de firma Goes, en glijden de bijpassende beelden ongewild mijn herinnering binnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.