Stadskanaal: 105.3FM | Veendam: 106.9FM | TV Kanaal 1458 KPN |TV kanaal 42 Ziggo | TV kanaal 25 SKV

Stadskanaal wat ben je toch veranderd (deel 4)

Een wandeling naar De Brouken (4 slot)
Door Anton de Wijk

Ik draai me om en vervolg mijn weg door het Pagedal. Het is een prachtig recreatiegebied, in trek bij wandelaars maar ook bij mountainbikes die door het heuvelachtig gebied crossen om hier hun krachten te beproeven. Veel hondenbezitters wandelen hier graag met hun viervoeter omdat ze hier volop de ruimte hebben. In de verte wandelt een man, telkens gooit hij een stok weg waar zijn herdershond achteraan sprint en het weer terugbrengt bij zijn baas. Het spelletje herhaalt zich keer op keer totdat ze achter een heuvelrug verdwijnen en uit het zicht zijn verdwenen. Sommige wandelaars groeten vriendelijk, anderen lopen je op een halve meter afstand voorbij en gunnen je geen blik waardig. Ik kijk hier overigens niet van op, jarenlang liep ik langs de straat en groette de mensen als ik naar hun brievenbus liep, als ze op hun erf bezig waren. Sommige keken niet op of om en namen niet de minste moeite je groet te beantwoordden. Nou is daar natuurlijk niemand toe verplicht, maar het tekent het karakter van de desbetreffende persoon. Soms dacht ik wel eens dat deze mensen een hekel hadden aan zichzelf, nooit een glimlach of een vriendelijk woord, maar nukkig en introvert.

De prille laagstaande voorjaarszon blinkt door de kale bomen, ze werpt lange schaduwen op het pad waarop ik loop. Het is nu nog maar midden maart, maar straks, over enkele weken, wanneer de zon hoger komt te staan en de temperatuur zal oplopen naar een graad of tien, zal de natuur zich hier doen gelden wanneer alles weer tot wasdom komt. Dan zullen de kale bomen weer blad gaan dragen, het overdadigende groen zal gaan overheersen en de grauwheid van de achter ons liggende winter is dan op slag verdwenen. In een week tijd kan alles opeens een ander aanzien krijgen, wanneer de knoppen openbarsten en de bloesem ons verkondigt dat de lente weer is aangebroken. Het lijkt wel of het ieder jaar sneller gaat, dit is niet onmogelijk want sommige planten bloeien nu weken eerder dan een jaar of twintig geleden. Ik las eens dat door het versterkte broeikaseffect ons land sinds 1950 twee keer zo snel is opgewarmd als de gemiddelde wereldtemperatuur. En dat is nogal wat.

De naam Pagedal is ontleend aan een afwateringsbeek die stroomt van het Pagedal via de gehuchten Ter Maarsch en Veenhuizen naar Onstwedde. Het Pagediep is plm. 7 km lang en mondt uit in het Mussel-Aa kanaal. Via bruggetjes passeert men af en toe de beek in het Pagedal, officieel hier Broeklanden geheten. Maar zover gaat mijn wandeling niet, ik sla af naar het sport en recreatiecen- trum Het Pagedal, eerder Het Pagecentrum genoemd, gebouwd door het Stadskanaal- ster bouwbedrijf Simon Benus. Op de T-splitsing Hoveniersweg – Maarsbroek, sla ik via het fietspad rechtsaf richting Onstwedderweg. Even later doemt aan mijn rechterhand de 10 etages hoge flat De Renne, met recht voor mij de eveneens 10 verdiepingen tellende flat Achterstekamp voor mij op. Als ik laatstgenoemde flat heb bereikt, kijk ik vanaf het fietspad naar de naastgelegen flat waarbij ik mijn hoofd in de nek moet gooien om naar boven te kijken. De wind blaast koud om de hoek van de flat en ik hoor hem door de kale bomen blazen aan  het naastliggende fietspad. Het is een publiek geheim dat van beide flats in het verleden enkele mensen naar beneden zijn gesprongen om op die manier vrijwillig een eind te maken aan hun leven. Daar is moed voor nodig, zei ooit eens iemand tegen mij. Daar heb ik een andere mening over, want in de laatste seconden voor de fatale sprong, zal er van moed absoluut geen sprake meer zijn. Dan is er nog maar één ding dat telt, verlost worden van dit aardse bestaan die hun beklemt en waarin ze totaal geen uitweg meer zien.Ik huiver als ik naar boven kijk en kan niet bevatten welke wanhoopsdaad en tragedie hier achter schuil gaat. Niemand van ons zal dit ook ooit weten, het gaat je verstandelijk vermogen te boven. Maar dat deze mensen geestelijk totaal ontreddend zijn, daarover bestaat geen enkele twijfel. In mijn kennissenkring heb ik zoiets ooit eens meegemaakt, en ik verzeker u dat het diepe wonden slaat in het menselijk bestaan. Ik maak een globale berekening van de hoogte van de flat en kom tot een meter of twee, drieëndertig. Ik draai mij abrupt om, om het beeld van mijn netvlies te krijgen. Dan sla ik linksaf tot aan de rotonde Onstwedderweg – Atlantislaan.

De Onstwedderweg was in de jaren ‘50 een smalle klinkerweg, bijna aan het eind ervan ter hoogte van het Boerendiep bevond zich in de weg een brug met een aanzienlijke hoogte in de weg. Het was een tamelijk steil stuk dat met name in de winter tijdens gladheid voor de nodige problemen zorgde voor het gemotoriseerde verkeer. Aan de voet van de brug bevond zich het huisje van postbode Jan Piening, het dak van het huisje stak een paar meter boven de hoogte van de weg uit. Je kon het bij wijze van spreken bijna aanraken. Achter het huisje, dat al jaren geleden is afgebroken is iets verderop de Piet Prinsschool gebouwd.

Op de hoek Onstwedderweg – Poststraat waar nu een Tango tankstation is gevestigd, stond toen een boerderij van de familie Maarsingh die werd afgebroken. Jaren later na de afbraak, liet de vanuit Sellingen afkomstige Poolse garagehouder Podgórsky, er een nieuwe Peugeot garage bouwen, die later werd overgenomen door zijn schoonzoon. Ongeveer op de plek van het huidige bejaardentehuis Maarsheerd stond de boerderij van de familie Deuling, iets verderop op de plek van zwembad De Wieke (nu Wieke zoom) naast het politiebureau, stond eveneens een boerenbehuizing van B. Degenhart Drent. In al deze afgebroken panden liet ik in het begin van de jaren ’60 de post door de brievenbus glijden.

Zo mijmerend over jaren geleden zie ik rechts het nieuwe Plan Waterland met mooie waterpartijen, villa’s en landhuizen. De eerste huizen verrezen hier zo ongeveer in het midden van de jaren ’90. Voor die tijd was het een kale vlakte, er stond een klein arbeidershuisje aan het Boerendiep met een gammele brug ervoor die soms aalglad was wanneer het had gevroren, of bij een vochtige neerslaande mist. Aan de overzijde ervan wat wij nu de Bevrijderslaan noemen, stond nog een kazemat, een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog.
De patrouillerende soldaten die zich hierin hadden verschanst, konden op deze manier de Onstwedderweg scherp in de gaten houden.

In de herfst heerste hier één en al bedrijvigheid van aan- en afvoerende aardappelschepen bij de aardappelmeelfabriek ‘De Twee Provinciën’, wanneer de campagne weer op gang was gekomen. Er dreef menig keer een vieze drab op het water die werd veroorzaakt door rottende eiwitten welke behoorlijk konden stinken. Vandaag de dag zouden alle milieuactivisten zich verenigingen in een knallend protest, tot aan het Binnenhof in Den Haag. Maar in die tijd namen de omwonenden er weinig aanstoot aan omdat het behoorde bij het dagelijks leven. Veel arbeiders woonden rondom de fabriek, met name in de Fabrieksstraat waar ook de directeur van de fabriek woonde. Toen het aardappelvervoer later per vrachtwagen werd overgenomen, was het een komen en gaan van zwaar beladen wagens die zich toen door de Fabrieksstraat moesten manoeuvreren.

Ik vervolg mijn weg langs de Atlantislaan en passeer de Total benzinepomp van Peter Spakman. Bij de rotonde ga ik rechtsaf en sla de Europalaan in om die even later over te steken naar de Vlaanderenlaan. Links passeer ik de aula van het uitvaartcentrum Maarsstee, genoemd naar de woonwijk die ik nu binnenwandel. Voor de bouw van dit uitvaartcentrum, werden de belangen behartigd in een groot wit pand aan de Westerwoldselaan 2 door de fam. Kunst. Als ik het wel heb werd in maart 1971 het nieuwe onderkomen in gebruik genomen aan de Vlaanderenlaan 1. De aula werd naar mijn idee pas later naast het woonhuis/annex kantoor gebouwd. Nu heeft hun zoon de taken overgenomen en woont in het woonhuis naast de aula. Even verderop heersen grote bouwactiviteiten. De fa. Benus bouwt naast de Baldakijn een nieuwe school. Het is kort na drieën als ik er langs wandel, het is druk in de straat. Taxibusjes rijden af en aan om de leerlingen van de Baldakijn, een school voor speciaal basisonderwijs te vervoeren.

Op een parkeerplaats staan leerkrachten met een grote groep leerlingen die blijkbaar staan te wachten op vervoer. Er klinkt een geroezemoes van doorelkaar klinkende stemmen. Tussen de garages door aan de Vlaanderenlaan zie ik de twee flats van de Duurwoldselaan die gebouwd zijn nadat de drie flats aan de Groningerlaan waren afgebroken. Hier op deze plek, achter de eerste flat van de Belgiëlaan, lag voor de nieuwbouw de verkeerstuin. Hier kregen kinderen les in het verkeer. Gezeten in trapauto’s werd hun op jeugdige leeftijd spelenderwijs geleerd hoe ze zich dienden te gedragen in het verkeer, waarbij verschillende verkeerssituaties waren nagebootst. Helaas moest de verkeerstuin wijken voor nieuwbouw die op deze plek tegen het eind van de jaren ’80 werd gerealiseerd. Gelukkig heb ik voor de afbraak van de verkeers- tuin nog een serie dia’s kunnen maken ter herinnering hoe het eenmaal was. De eerste huizen in de wijk Maarsstee was de laagbouw in de Groningerlaan. Met de bouw ervan werd omstreeks 1958 begonnen en de eerste rijtjeswoningen, de nummers39 t/m 57 kwam in 1959 gereed. De andere huizen moesten toen nog gebouwd worden. Ze kwamen uit de Koninginnelaan, de eerste bewoners die in 1959 neerstreken in het eerste blok op nummer 55. Ze waren in 1955 getrouwd, op een zaterdagmorgen, dat kon toen nog omdat toen de zaterdag nog een gewone werkdag was.

De Groningerlaan stond aan het eind van de jaren ’50 via een houten brug over het Boerendiep in verbinding met de Shell-laan, nu Hunzingolaan. In de nabijheid van de brug stond een huis waarin de fam. Scholtens woonde. Als je in die tijd door de Groningerlaan fietste, kon je de aardappelmeelfabriek “De Twee Provinciën” en de huizen aan de Krommewijk bij goed helder weer duidelijk onderscheiden.
De winkels aan de Nederlandlaan, tussen Groninger- en Frieselaan kwamen in 1960 gereed. De inrichting van de wijk Maarsstee heeft tot omstreeks 1964, 1965 geduurd. Vroeger sprak men van 1e, 2e en 3e fase van Plan Ter Maars om een woonwijk aan te duiden. Via de Groningerlaan loop ik de Fivelingolaan binnen en steek even later de Amerikalaan over (de vroegere Kettingwijk) en neem de doorgang tussen de Cederhage
Nauwelijks 100 meter verder ben ik weer thuis na een wandeling van twee uur die vele indrukken heeft opgeleverd “Moe?” Mijn vrouw schuift een kop thee naar me toe. “Dat valt wel mee, onderweg kun je hier en daar nog wel even op een bankje neerploffen om eventjes bij te komen. Alleen de wind viel tegen, koud en guur blies ze af en toe fel in m’n gezicht. Verder heb ik een blaar opgelopen en heb last van brandige voeten.” “Daar is wel iets tegen te doen,” zegt ze, terwijl ze opstaat en een teil met koud water vol laat lopen. “Trek je schoenen en sokken maar alvast uit.” Ze zet de teil voor mijn voeten en zonder aarzelen steek ik ze in het ijskoude water. Ik voel een tinteling naar mijn buik omhoog kruipen die het koude water veroorzaakt. “Jeetje, dat is koud zeg!” Ik blaas in de hete thee die mijn brillenglazen doen beslagen. Aan de overkant van de tafel ontwaar ik een mistige schim, die tegen me zegt: “Weet je nog hoe we tijdens een van onze vakanties in Oostenrijk, na een dag door de bergen gezwalkt te hebben afgepeigerd terugkwamen op ons verblijf, wat de pension- houdster toen tegen ons zei?” “Zilly bedoel je?” Het beeld, nu ik met mijn voeten in het teiltje zit, zie ik opeens weer verschijnen en hoor ik haar zeggen: “Schuhe und Strümpfe auszieh’n und ins Bach mit euch, das tut gut.” Er stroomde daar een beekje van nauwelijks anderhalve meter breed met heerlijk koel verkwikkend water. Zittend op een brede post lieten wij een half uur lang onze benen in het water bungelen die de vermoeidheid en brandige gevoel uit onze voeten deed verdwijnen. “Kom, ik ga met het eten bezig, je zult wel honger hebben na zo’n lange wandeling.” De woorden van mijn vrouw dringen langzaam tot me door. “Schil je zo een paar aardappelen?”

Epiloog – Ik hoop dat ik er in geslaagd ben met deze wandeling u het een en ander te vertellen wat er zoal in de loop der jaren in onze gemeente is veranderd. Veranderingen die ik uit hoofde van mijn werk allemaal heb meegemaakt. Het centrum van de plaats lag vroeger in het deel dat toen tot de gemeente Wildervank behoorde, de Handelsstraat, die men eerder de Van Boekerenstraat noemde. Laten we eens beginnen ons een indruk te vormen van het centrum die liep vanaf de Gele Klap tot aan, laten we zeggen voor het gemak café Oosterhuis, op de hoek van de Lindenstraat. Achter de Gele Klap stond een prachtig mooi wit gebouw die men villa Dijksterhuis noemde, in 1961 afgebroken. Daarnaast was schoenenhuis Frieling met daar weer naast de groente- en viszaak van Roelf Drenth. Hier was het zaterdagsmiddags razend druk, Drenth had een kraam pal naast zijn zaak van waaruit gebakken vis werd verkocht. Ik haalde ze toen voor een kwartje per stuk, mooie grote bruin gebakken vissen. Hiernaast was een kruidenierszaak van Posthumus.
Aan de overzijde van de Barkelastraat was de dames en herenzaak van de fa. Zwartsen- berg gevestigd, met ernaast café Lucas Jager die later door brand werd verwoest. De zaak daarnaast was van Herman van der Beek met zijn herenkledingzaak. Bloemenhuis Vinke was de volgende winkel op Handelsstraat 55. Dan komen we bij garage Potgieter, met daarnaast de schoenenzaak van Koning. Naast Koning was het verhuisbedrijf van Chr. Wijkens gevestigd, zijn buurman was ‘Jeude’Dalsheim, (niet oneerbiedig bedoeld overigens), maar zo werd in de volksmond deze ondernemer, (die de oorlog gelukkig ongeschonden wist door te komen) in galante- rieën genoemd.

Hiernaast stond het Luxor Theater, de bioscoop van Stadskanaal. Filmoperateur was de heer Greven, de heer Piening zorgde ervoor dat je op de juiste plaats kwam te zitten en Hollemans, of was het Koch?, verkocht de kaartjes. Ik nam altijd balkon, keek je zo van boven op het witte doek. Naast de bioscoop was café Bellevue, van Jo en Greetje Fuhler, hier hielden wij in de winter onze toneelrepetities voor onze jaarlijkse uitvoering. Motorhuis Henk Middel was de volgende zaak, waar destijds Bé Knigge (de latere politieagent) en Lude Noorman als monteur werkten. Lude Noorman werd later begrafenisondernemer. Daar weer naast was Zaal Dijkstra, later overgenomen door Boer en bekend geworden als discotheek Frascatie. Als we de Sportterreinstraat oversteken komen we uit bij boekhandel Max Ossel. Achter de zaak van boekhandel Ossel stond de groentezaak van Van Beilen. Kapper Roggen woonde naast de boekhandel, even verderop zat notaris Broekema en de fotozaak van Huizinga. Dan zijn we aangeland bij garage Bergman, waar de bussen van Bergman en van de GADO samenkwamen. De ijzerzaak van Boiten stond hier weer naast, op deze plek en in dit huis werd Geert Teis geboren (G.W.Spitzen), schrijver en dichter in de Groninger taal. (Het Geert Teis Theater is naar hem vernoemd) Een herinneringsplaquette vindt u in de zijmuur van dit perceel waar nu een restaurant in is gevestigd. Naast Boiten de rijwiel-onderdelenzaak van Van der Vinne, en de groente- zaak van Voorintholt.

Op de hoek van de Lindenstraat stond café/slijterij van Evert Oosterhuis, nu Harry Schut. Dat waren de zaken die toen in het centrum van Stadskanaal hun nering hadden. Misschien heb ik er een paar vergeten, alles noteer ik vanuit mijn herinnering, maar zo was het hier eind 50er, begin 60er jaren. Zaterdagsavonds was hier het jongvolk op de been en was het een drukte van belang. Men wandelde steeds op en neer van het busstation tot ongeveer de Gele Klap, totdat de bioscoopvoorstelling begon want toen werd het wat rustiger op straat. Tegen uiterlijk 12 uur ’s avonds was de rust weergekeerd, want dan brachten diegenen die op het vrijerspad waren geweest hun meisje thuis. Misschien zijn er wel enkele die hier elkaar voor het leven hebben gevonden, wie zal het zeggen.

Complete woonwijken zag ik verrijzen, wijken en kanalen werden gedempt, fabrieken verdwenen en bedrijven verplaatst naar grote industrieterreinen. Stadskanaal kwam tot grote bloei toen Philips zich hier in het midden van de jaren ‘50 ging vestigen en er allerlei voorzieningen tot stand werden gebracht die door het bedrijf van belang werden geacht. Maar Philips is uit Stadskanaal verdwenen, het bedrijf waar eens meer dan 3000 mensen werkten, bestaat niet meer. Er heerste altijd een ongelooflijke drukte bij de Buinerbrug waar de politie het verkeer regelde en tientallen bussen aan de Electronicaweg geparkeerd stonden, om de Philipsmedewerkers naar de omliggende plaatsen in de regio te vervoeren. Nu rest ons enkel de herinnering aan die tijd van toen. Veranderingen zijn niet tegen te houden, al moet ik zeggen dat bepaalde veranderingen niet altijd verbeteringen zijn. Veel verdween door de uitbreidingsdrift in onze gemeente, al hoor je af en toe onder de bevolking opmerken dat in het verleden wel erg veel mooie, oude, of karakteristieke gebouwen zijn afgebroken. Vandaar deze impressie van hoe het vroeger eenmaal was, heden en verleden vloeiden samen in een wandeling naar De Brouken. Hier en daar ben ik van de route afgeweken, af en toe bewust, omdat ik niet na kon laten u hierover iets te vertellen. Het lijkt me daarom gepast te eindigen zoals ik in mijn aanhef begon: ’Stadskanaal, wat ben je toch veranderd in al die jaren…..’

 

De in deel 1 gepubliceerde opmerkingen over het voorjaar van 1962, en de daarbij behorende temperaturen, zijn uit eigen waarneming. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Als er lezers zijn die elkaar op deze manier hebben ontmoet, zo tussen 1955 en 1965 mag u reageren. Als u wilt schrijf ik een nostalgisch verhaal over uw ontmoeting van toen.                                                      Reageren kan via antondewijk@rtvstadskanaal.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.