
STADSKANAAL – Het door Stadskanaal zo gevreesde financiële ‘ravijnjaar’ lijkt voorlopig van de baan. Dankzij extra geld vanuit Den Haag voor gemeenten gaat Stadskanaal van een miljoenentekort naar een voorzichtig begrotingsoverschot. Toch blijven er zorgen over de financiële situatie op langere termijn.
Slechts een paar maanden geleden maakte Stadskanaal nog plannen om zich schrap te zetten voor flinke tekorten. Door een bezuiniging op het gemeentefonds dreigde de gemeente in de rode cijfers te belanden, met een oplopend tekort van ruim vier miljoen euro per jaar tot 2029. In de gemeentelijke voorjaarsnota werd dan ook rekening gehouden met deze tekorten.
Van begrotingstekort naar overschot
Maar vlak voor de behandeling in de gemeenteraad bleek er toch extra geld vanuit Den Haag te komen. In de Meicirculaire van het Rijk staat dat ze zowel in 2026 als 2027 zo’n 1,3 miljard extra uitkeren voor Nederlandse gemeenten. Voor Stadskanaal betekent dit een extra 11,7 miljoen euro in 2026 en zo’n 5 miljoen in 2027. Dat zorgt ervoor dat de rode cijfers zwart worden, en de miljoenentekorten plaatsmaken voor een voorzichtig begrotingsoverschot van ruim 1,2 miljoen euro in 2026 en 1,8 miljoen euro in 2027.
Wat is een Meicirculaire?
Een Meicirculaire is een officiële brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken aan de gemeenten en provincies waarin wordt uitgelegd hoeveel geld zij van het Rijk ontvangen via het Gemeentefonds (of Provinciefonds). Het is een belangrijk document voor het financiële beleid van gemeenten.
Onzekerheid blijft
Positief nieuws voor Stadskanaal dus, maar voor de langere termijn blijven zorgen bestaan. Want hoewel het Rijk voor de komende jaren geld beschikbaar stelt, is niet duidelijk wat er na 2028 zal gebeuren. Het Rijk denkt dat hervormingen in het gemeentefonds dan voldoende effect hebben, waardoor gemeenten met minder geld kunnen toekomen.
Daarmee blijft er voor gemeenten als Stadskanaal – met weinig vet op de botten – een flinke onzekerheid in de lucht hangen. De toekomst blijft onduidelijk, benadrukte de gemeenteraad maandagavond. ‘De financiële verhouding met het Rijk is op zijn zachtst gezegd onvoorspelbaar’, aldus raadslid Thom Berends (D66). ‘Maar met deze onzekerheid moeten we omgaan, en blijven we sturen met de informatie die er is.’

Achterhaald financieel beeld
Zowel de gemeente als haar raadsleden werden verrast door de brief uit Den Haag. Die maakte de sombere cijfers in de voorjaarsnota direct achterhaald, wat leidde tot bezorgdheid bij de raad. ‘Het ontbreken van actuele cijfers baart ons zorgen’, reageerde VVD-raadslid Linda Huizing. ‘Omdat de cijfers uit de meicirculaire niet in de voorjaarsnota zijn verwerkt, leidt dit tot een verouderd financieel beeld en onnodige bezuinigingen.’ Daarom pleitte Huizing, met een motie, ervoor om het college van B&W voortaan de cijfers uit de meicirculaire op hoofdlijnen in de voorjaarsnota op te nemen.
Maar volgens financiënwethouder Goedhart Borgesius (VVD) is dat makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Deze motie is niet uitvoerbaar’, aldus Borgesius. ‘Stel dat op 30 mei de meicirculaire bekend wordt, en wij als college u als raad de voorjaarsnota willen presenteren op 1 juni – dan is dat een onmogelijke zaak.’ De wethouder zegde toe dat het college in de toekomst de raad bij soortgelijke gevallen zo snel mogelijk zal informeren.
Wat er precies gaat gebeuren met de binnengekomen miljoenen en het ontstane begrotingsoverschot, wordt later in de gemeenteraad besproken.












