
EMMEN/REGIO – Na jaren van lobbyen, teleurstellingen en euforie werd maandag het officiële startbesluit genomen voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. Er wordt nog geen spoor gelegd, maar er start een concreet onderzoek naar hoe de spoorlijn van Groningen naar Enschede via de Veenkoloniën eruit moet komen te zien. Een grote stap, maar wel een waar een extra dosis geduld bij komt kijken.
Bestuurders uit heel Noord- en Oost-Nederland kwamen samen in het voormalige olifantenverblijf van Dierenpark Emmen. Op deze bijzondere locatie werd het startschot voor de zogenoemde MIRT-verkenning gegeven. Nadat er eerder al onderzoek werd gedaan naar de lijn, moet deze verkenning nu echt tot de realisatie gaan leiden. Dat beaamt ook de Drentse Commissaris van de Koning, Jetta Klijnsma.
‘Het is een nieuw hoofdstuk voor deze regio’, aldus Klijnsma. ‘Het is een aanjager van jewelste, want met een spoorlijn komt er beweging. Morgen gaan we dan ook verder aan de slag, zodat de Nedersaksenlijn er snel ligt.’

De opvolger van Philips?
Dat de Nedersaksenlijn een aanjager is, weten meerdere bestuurders in de zaal maar al te goed. Zo ziet de gemeente Stadskanaal in de toekomst langs het spoor een nieuw station op het voormalige Philipsterrein, een campus en woningbouw verrijzen. Wat Philips vorige eeuw voor ’t Knoal deed, moet de Nedersaksenlijn nu doen: welvaart brengen.
Burgemeester Klaas Sloots is een van de vele bestuurders die zich een slag in de rondte heeft gelobbyd voor de spoorweg; hij liep er zelfs de hele Nedersaksenlijn-Run voor uit. ‘Dit is een fantastische dag, ook voor de gemeente Stadskanaal’, aldus een enthousiaste Sloots vlak na het startschot. ‘Dit betekent perspectief, we komen in verbinding te staan met de rest van Nederland.’

In samenspraak met inwoners
Voor het zover is, zal er nog wel het nodige moeten gebeuren. Voorlopig gaat er nog geen schop de grond in, maar moet er eerst een uitgebreid onderzoek plaatsvinden. Want waar komen de stations, het spoor, en welke effecten de aanleg heeft op omgeving, natuur en economie.? Dat moet de komende jaren met de MIRT-verkenning allemaal duidelijk worden, in samenspraak met inwoners. ‘In Stadskanaal gaan we een participatieplan opzetten’, legt Sloots uit. ‘We moeten met mensen in en rondom Stadskanaal in gesprek gaan over hoe de spoorlijn aan te leggen en wat de beste routes zijn. Aan het einde van de komende drie jaar moet er een route gekozen worden, en zo zal de Nedersaksenlijn dan gaan rijden.’
Wat is MIRT?
MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het is een landelijk programma van de Rijksoverheid waarin grote projecten op het gebied van wegen, spoor, water en ruimtelijke ontwikkeling worden onderzocht, gepland en gefinancierd.
Eerder werd een MIRT-onderzoek uitgevoerd: in deze stap werd onderzocht of de Nedersaksenlijn haalbaar, nodig en betaalbaar was. Nu dit duidelijk is en het geld gereserveerd, wordt begonnen met de MIRT-verkenning. Pas na deze verkenning kan worden gestart met de aanleg van de spoorlijn tussen Groningen en Enschede via de Veenkoloniën.
Een ‘olifantenstap’
Door de ambiance van het voormalige olifantenverblijf wordt er maandagmiddag veel gesproken over een ‘olifantenstap’ die met het begin van de realisatie gezet is. Maar hoe concreet is deze stap? De weg naar realisatie verloopt tot nu toe hobbelig. Lang leek er geen geld voor de spoorlijn te zijn, tot er in de voorjaarsnota ineens de benodigde 1,9 miljard uit de hoge hoed werd getoverd door het kabinet.
De kersverse staatssecretaris Thierry Aartsen (Openbaar Vervoer, VVD) doet in zijn speech een belofte: ‘Deze handtekening is onomkeerbaar, die Nedersaksenlijn gaat er komen. De olifant is in beweging gezet, en niet meer te stoppen’, roept Aartsen, gevolgd door een opgelucht applaus vanuit de zaal. ‘Dit is een historische stap. Zo’n MIRT-verkenning betekent voor ons: we gaan het doen!’
Aartsen voegt toe dat de regio ook het geduld van een olifant moet hebben, want voorlopig ligt de lijn er nog niet. De bestuurders zijn na eerdere uitspraken over een jaartal voorzichtig met het noemen van een deadline. Maar de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet durft het aan: ‘Laten we 2035 aanhouden.’











