
ONSTWEDDE – Ruim 140 mensen kwamen vrijdagavond naar d’Ekkelkaamp in Onstwedde voor een informatiebijeenkomst over de mogelijke ondergrondse opslag van kernafval in zoutkoepels. Bewoners, politici, ambtenaren en experts gingen in een soms geladen sfeer met elkaar in gesprek, maar aan het einde van de avond overheersten vooral twijfel en wantrouwen.
De bijeenkomst was georganiseerd door actiegroep Verenigd Front Kern(afval)gezond. Naast vertegenwoordigers van die groep waren ook de landelijke kernafvalbeheerder COVRA, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en deskundigen aanwezig. Aanleiding is het landelijke onderzoek naar een definitieve opslagplaats voor hoogradioactief afval. Zoutkoepels onder onder meer Onstwedde en Drouwen en Gasselte worden daarbij in theorie als optie meegenomen.
Een inwoner verwoordde de onrust in de zaal treffend: ‘Afval in de grond, voor duizenden jaren. Ik krijg daar de kriebels van. Het voelt alsof we het over de schutting van de volgende generatie gooien.’ Die uitspraak leverde voorzichtig applaus op.
‘We hebben dit verhaal eerder gehoord bij het gas’
SP-Statenlid Fenna Feenstra was aan het einde van de avond niet gerustgesteld. ‘Er is veel informatie gegeven, maar de kern blijft: zout zou de beste oplossing zijn, en laat dat nu net hier in de bodem liggen. Tegelijkertijd zeggen de experts zelf dat het nog lang niet veilig kan worden uitgevoerd. Dat neem ik mee terug naar huis’, zegt ze.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Feenstra wees op de parallellen met de beloftes rond de gaswinning. ‘Iemand in de zaal zei: in 1968 kregen we precies zo’n verhaal: gaswinning kon veilig en leverde alleen maar voordelen op. We weten hoe dat is afgelopen. De Tweede Kamer heeft uitgesproken dat kernafval niet in Groningen moet worden opgeslagen. Dan moet je dat ook gewoon van tafel halen.’
Volgens haar is er niet alleen zorg over het afval zelf, maar ook over de manier waarop besluiten tot stand komen. ‘Als een minister Kameruitspraken en besluiten van provincies en gemeenten naast zich neerlegt, dan ondergraaft dat het vertrouwen in de democratie,’ aldus Feenstra.
‘Groningers hebben buik vol van risico’s onder de grond’
Voor Tjeerd Palstra, voorman van Verenigd Front Kern(afval)gezond, bevestigde de avond vooral wat hij al vreesde. ‘We hadden goede sprekers en een volle zaal, zelfs mensen uit Delf waren gekomen. Maar er bleef één ding hangen: veel is nog onduidelijk en veiligheid kan niemand keihard garanderen.’
Volgens Palstra schuurt dat extra in deze regio. ‘Groningers krijgen de kriebels als ze wéér horen dat risico’s in de ondergrond “nog onderzocht” moeten worden. We hebben gezien wat er met gas en zoutwinning is gebeurd. Dat vertrouwen in de overheid is hier gewoon beschadigd. We willen niet opnieuw proefgebied zijn.’
Hij benadrukt dat het debat nog lang niet voorbij is. ‘Er wordt nu gedaan alsof dit een technisch vraagstuk is dat je in een model kunt stoppen, maar het gaat ook over draagvlak en rechtvaardigheid. Daarom blijf ik zeggen: Groningers, let op je zaak.’
Stadskanaal blijft tegen opslag onder Onstwedde
Namens het gemeentebestuur van Stadskanaal was wethouder Egbert Hofstra (PvdA) aanwezig. Hij noemt de avond ‘interessant, maar erg technisch’ en ziet geen reden om het bestaande standpunt van de gemeente te herzien.
‘Bij doorvragen gaf COVRA zelf toe dat er nog grote vraagtekens zijn bij opslag in zoutkoepels, zeker op deze plek,’ zegt Hofstra. ‘Hier in de omgeving heb je zoutwinning, aardbevingen, bodembeweging. Daar is in de modellen nog nauwelijks rekening mee gehouden. Dan is het simpel: wat ons betreft geen kernafval onder Onstwedde. Dat hebben raad en college al eerder uitgesproken en vanavond heb ik niets gehoord dat dat verandert.’
Dat er weinig andere politici in de zaal waren, verbaast hem niet direct, maar hij vindt de betrokkenheid van gemeenten wel cruciaal. ‘We hebben een zienswijze ingediend bij het ministerie en blijven dat doen. Het is een nationaal besluit, maar de effecten zijn lokaal.’
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Ministerie benadrukt ‘lang en zorgvuldig proces’
Namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat was ambtenaar Jeroen Mutsaers aanwezig om het landelijke proces toe te lichten. Hij onderstreept dat er nog géén keuze voor een locatie is gemaakt.
‘We zijn hier op uitnodiging van de lokale organisatie en vinden het belangrijk om uit te leggen hoe het proces eruitziet,’ zegt hij. ‘We staan echt aan het begin van een zorgvuldig, participatief traject richting een besluit rond 2050. In dat proces willen we inwoners uit mogelijke zoekgebieden, zoals hier, nadrukkelijk meenemen.’
Mutsaers zegt de zorgen uit de zaal goed te begrijpen. ‘Het gaat over iets dat je niet ziet, diep in de ondergrond, en over periodes van tienduizenden jaren. Dat roept logischerwijs angst op. We hebben geprobeerd uit te leggen dat er nog veel onderzoek nodig is, bijvoorbeeld of je überhaupt eindberging kunt doen in een gebied waar ook zoutwinning plaatsvindt. Die vraag is nog niet beantwoord.’
Over de vraag of zoutkoepels straks ook moeten worden gereserveerd voor waterstofopslag, houdt hij zich op de vlakte. ‘Dat valt onder een ander ministerie. Het is geen wedstrijd wie als eerste een plan klaar heeft. Uiteindelijk moet de rijksoverheid een totaalafweging maken.’
Oude angst op nieuwe dossiers
De vrees voor kernafvalopslag in de regio komt niet uit de lucht vallen. Al eerder klonk verzet tegen mogelijke eindberging in zoutkoepels onder Onstwedde en onder Drouwen/Gasselte. De combinatie van bestaande schade door gas- en zoutwinning, de lange tijdshorizon van kernafval en het gevoel dat besluiten ‘van bovenaf’ worden genomen, maakt het onderwerp extra gevoelig.
Het ministerie werkt de komende jaren verder aan het nationale programma voor eindberging. De ruim 1600 zienswijzen die eerder zijn ingediend, worden nu beoordeeld. In de loop van 2026 volgt een officiële reactie van het Rijk. Ondertussen belooft Verenigd Front Kern(afval)gezond om nieuwe informatieavonden te blijven organiseren, want als één ding duidelijk werd in d’Ekkelkaamp, is het dat de discussie in Onstwedde nog lang niet is uitgewoed.










