
COMMENTAAR – Jan-Willem van de Kolk schrijft voor RTV1 columns in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Jan-Willem was zestien jaren wethouder van de gemeente Stadskanaal, en later van Bedum. In z’n column schrijft hij over de start van het politieke seizoen.
De verkiezingscampagne gaat weer los. Op woensdag 18 maart 2026 kiezen we nieuwe gemeenteraden. Toch is de opkomst bij lokale verkiezingen steevast teleurstellend. Veel kiezers weten simpelweg niet waar partijen voor staan. De partijprogramma’s lijken als twee druppels water op elkaar. Iedereen zegt te luisteren naar inwoners. Elke partij wil betaalbare woningen, veilige straten en levendige dorpen. Partijen beloven van alles, maar maken vervolgens weinig waar.
Het gebrek aan onderscheid maakt stemmen lastig. Als alles hetzelfde klinkt, waarom zou je dan nog naar de stembus gaan? Dit terwijl de gemeenteraad beslist over zaken die je elke dag raken. Bijvoorbeeld of er miljoenen worden geïnvesteerd in een gemeentehuis in plaats van in verouderde scholen. En waar blijft die beloofde nieuwe sporthal? Of dat vanaf nu niet zozeer wordt gebouwd voor de rijken, maar vooral voor starters, sociale huurders en senioren uit de eigen gemeente. Zonneparken zijn ook een belangrijk thema. Worden er nog meer landbouwhectares opgeofferd, terwijl inwoners vanaf 1 januari 2027 moeten betalen voor de teruglevering van hun zonnepanelen?
De bal ligt niet alleen bij de kiezers. Lokale partijen moeten kleur bekennen. Durf te zeggen wat wél kan, maar ook wat je níet wil. Maak keuzes zichtbaar, leg verschillen uit en wees eerlijk over de consequenties. Laat zien waar je voor staat en waar je tegenin gaat. Alleen dan krijgt de lokale democratie weer spanning, richting en betekenis.
Dus kiezers: ga stemmen. Maar vraag tegelijk iets terug. Eis duidelijke keuzes van de partijen die jouw stem willen. Democratie leeft pas echt als kiezers en politici elkaar raken. Niet met veilige en vage algemeenheden, maar met scherpe, herkenbare standpunten.











