
STADSKANAAL – Terwijl veel inwoners woensdagochtend wakker werden met spekgladde wegen en code rood, was Lucas de Vries al de hele nacht onderweg. De inwoner van Blijham strooide in opdracht van de gemeente Stadskanaalruim tien uur lang wegen en straten om de ergste gladheid te bestrijden. ‘Het was echt gevaarlijk vannacht.’
De Vries werkt voor groenvoorziener Erik Lokken en werd dinsdagavond rond 20.00 uur opgeroepen. ‘De pieper ging en ik ben direct vanuit Blijham richting Stadskanaal gegaan. Rond negen uur zat ik op de weg’, zegt hij in het RTV1 radioprogramma Met Oscar de Ochtend Door. In het begin leek de situatie volgens de Vries nog mee te vallen. ‘Het miezerde een beetje, bijna niet noemenswaardig. Maar na de eerste strooironde ging het ineens hard.’
Binnen een half uur spekglad
Na een korte koffiepauze sloeg het weer volledig om. ‘Binnen een half uur was het spekglad. Zoiets maak je niet vaak mee.’ Een volledige strooironde duurt ongeveer 2,5 uur. ‘Op asfalt gaat het nog wel, maar zodra je op klinkerwegen komt, glij je alle kanten op. Als een weg ook maar een beetje bol staat, schuif je zo die kant op.’
(Tekst gaat verder onder video)
Volgens De Vries was het vooral spannend omdat je nooit precies weet wat je tegenkomt. ‘Je gaat een bocht in en soms sta je ineens met je neus de andere kant op. Het was echt, echt gevaarlijk vannacht.’
‘Je móét doorgaan’
Stoppen was geen optie. ‘Je moet door. Het zout moet erop, zodat het verkeer het ’s ochtends kan inrijden. Als je niets doet, wordt het alleen maar erger.’ Ondanks de extreme omstandigheden bleef de schade beperkt. ‘Niemand van onze collega’s is in de berm terechtgekomen. Wel zag ik vrachtwagens die moeite hadden, vooral in de kern van Stadskanaal.’
Zelf deed De Vries er uiteindelijk drie kwartier over om thuis te komen. Om 7.20 uur was hij vanochtend weer terug in Blijham, na tot 6.15 uur te hebben gestrooid.
Oproep aan weggebruikers
Wat hem stoort, zijn reacties op sociale media over plekken waar niet gestrooid zou zijn. ‘Ik nodig die mensen graag uit om een nachtje met mij mee te rijden.’ Ook het gedrag van sommige automobilisten baart hem zorgen. ‘Je bent aan het strooien en mensen halen je dan gewoon in. We rijden hier op de weg voor jullie. Iets meer respect zou echt fijn zijn.’
Na een korte slaap kruipt De Vries later weer onder de wol. ‘Vanavond gaan we waarschijnlijk weer aan de slag. De dagploeg die nu rijdt, moet waarschijnlijk weer worden afgelost.’ Lachend sluit hij af: ‘Het mag van mij wel weer zomer worden.’











