Direct naar de inhoud.

Vijf gemeenten leggen samenwerking vast: nieuw regiobureau moet armoede en achterstand aanpakken

  • door:
  • op:
Foto ter illustratie. | © Unsplash

REGIO – De vijf Oost-Groninger gemeenten Oldambt, Westerwolde, Pekela, Veendam en Stadskanaal leggen hun onderlinge samenwerking formeel vast in een nieuwe gemeenschappelijke regeling: ‘Samenwerking Oost-Groningen’. Daarmee krijgt de al langer bestaande regionale samenwerking een steviger juridische en bestuurlijke basis.

De stap komt op een moment dat er tientallen miljoenen euro’s aan rijks- en provinciaal geld richting de regio stromen, onder meer via de tweede Regio Deal Oost-Groningen en de sociale agenda van Nij Begun.

Structurele achterstanden

De gemeenten wijzen op hardnekkige problemen in de regio. Oost-Groningen kampt al jaren met relatief hoge armoedecijfers, minder kansen op de arbeidsmarkt, vergrijzing en een lagere levensverwachting dan het landelijk gemiddelde.

In 2024 werd daarvoor het Masterplan Oost-Groningen opgesteld. De ambitie: binnen één generatie, dus uiterlijk in 2055, moet de brede welvaart in de regio op het landelijk gemiddelde liggen. Die ambitie vraagt volgens de gemeenten om langdurige samenwerking en een professionele uitvoeringsstructuur.

Miljoenen via Regio Deal

De eerste Regio Deal Oost-Groningen (2020–2025) bracht 30 miljoen euro aan gezamenlijke investeringen van Rijk en regio met zich mee. Daarmee werden onder meer projecten als Tijd voor Toekomst (verlengde schooldag), Welzijn op Recept en JOGG opgezet.

Inmiddels is een tweede Regio Deal gestart. Tot en met 2028 wordt opnieuw 25 miljoen euro geïnvesteerd, gericht op het bestrijden van intergenerationele armoede en het verkleinen van kansenongelijkheid.

Met de nieuwe gemeenschappelijke regeling willen de gemeenten beter vastleggen hoe besluiten worden genomen en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering.

Regiobureau als spil

Onderdeel van de nieuwe structuur is een gezamenlijk Regiobureau Oost-Groningen. Dit bureau moet de coördinatie van projecten en investeringen op zich nemen.

De samenwerking is niet nieuw – de gemeenten werken al jaren samen op sociaal-economische thema’s – maar krijgt nu een formelere status. Daarmee ontstaat ook meer bestuurlijke verankering en een duidelijke structuur voor de inzet van publieke middelen.

Lange adem

De gemeenten benadrukken dat verbetering van brede welvaart tijd kost. Het doel om in 2055 het landelijk gemiddelde te halen, betekent dat de regio nog tientallen jaren inzet nodig heeft.

Of de nieuwe structuur daadwerkelijk leidt tot versnelling van resultaten, zal de komende jaren moeten blijken. Voor inwoners verandert er op korte termijn weinig zichtbaar; de meeste projecten lopen al.



-Meest gelezen artikel-

-advertenties-

NIJM Webdesign Stadskanaal