Direct naar de inhoud.

Kamar en Ali ontsnapten uit de hel van Syrië en zijn nu geworteld in Veendam

  • door:
  • op:
Ali en Kamar met hun dochter Naya en zoon Djaad. | © Yvonne de Noord

VEENDAM – In een zaal bij het COA in Delfzijl staat Kamar Kabakibi (48) voor een groep asielzoekers. Ze vertaalt, legt uit en stelt gerust. Elf jaar geleden zat ze zelf nog aan de andere kant van de tafel, gevlucht uit Syrië. Nu werkt ze als intercultureel mediator en is ze geworteld in Groningen. Gevormd door een verleden dat ze nooit helemaal achter zich laat.

Terwijl ze spreekt, gaan haar gedachten soms terug naar het moment waarop alles veranderde. In 2012 sloeg bij de universiteit in Aleppo een bom in. De schoolbus van haar toen negenjarige dochter Sham was net voorbijgereden. Sham bleef ongedeerd, maar veel andere kinderen niet. ‘Ik wist toen: blijven is geen optie’, vertelt Kabakibi bij RTV Noord.

Kantelpunt

‘Ik woonde samen met mijn man Ali en onze kinderen in Aleppo, waar we een mooi leven hadden opgebouwd. Ali runde een restaurant en een beautycentrum. Ik werkte in het onderwijs. We hadden familie, vrienden en plannen, maar de burgeroorlog maakte daar abrupt een einde aan. De bombardementen kwamen steeds dichterbij. Water en elektriciteit vielen uit. Elke ochtend begon met dezelfde vraag: halen we het einde van de dag?’

Die ene inslag bij de universiteit werd voor hen het kantelpunt. ‘Je leeft niet meer, je overleeft’, zegt Kabakibi. ‘Vanaf dat moment kon ik mijn dochter niet meer laten gaan zonder te denken: misschien zie ik haar niet meer levend terug.’

‘Uiteindelijk brak ik’

Daarom nemen ze het besluit te vluchten. ‘De reis naar Nederland was levensgevaarlijk. Via mensensmokkelaars staken Ali en onze zoon Nadim ’s nachts met tientallen anderen in een klein rubberbootje de Middellandse Zee over. Smokkelaars geven niets om een mensenleven; het gaat om geld. Ik bleef achter met onze dochters, in voortdurende angst of ik hen ooit terug zou zien. Ali wilde niet dat wij die levensgevaarlijke reis gingen maken. Pas toen zij een verblijfsstatus kregen, konden wij veilig per vliegtuig volgen.’

Kamar Kabakibi met haar gezin in Syrië. | © Eigen foto

In 2014 is het gezin, na twee jaar van onzekerheid, weer compleet. ‘Toen ik hen op Schiphol weer zag, viel alles van me af. We hielden elkaar vast en lieten niet meer los. We waren eindelijk samen. We voelden ons veilig en dankbaar. Ik dacht: we zijn gered.’

Van ingenieur naar taxichauffeur

Maar al gauw begint een nieuwe strijd. ‘Ik begreep Nederlanders niet, en zij mij niet. De taal was de grootste barrière. Op de taalschool ging het goed, maar daarbuiten allesbehalve, want mensen praten snel en soms in het Gronings. Ik durfde niet te vragen of iemand iets voor me wilde herhalen. Uiteindelijk brak dat me op. Ik zei tegen mijn man: ‘Ik red het niet, ik wil terug naar de oorlog.’ Niet omdat het veilig was, maar omdat het bekend was. Hier voelde ik me klein en afhankelijk.’

Ook Ali worstelt, vervolgt ze. ‘Zijn ingenieursdiploma werd in Nederland niet erkend en hij liep steeds tegen grenzen aan. Uiteindelijk werd hij taxichauffeur. Niet zijn droom, maar wel een manier om vooruit te komen. Hij begon voor zichzelf, maakte lange dagen en leerde het Nederlands al rijdend, in gesprekken met zijn passagiers.’

In 2016 krijgt Kabakibi de kans een intensieve cursus Nederlands te volgen. ‘Dat veranderde alles, want daarmee kreeg ik weer grip. Ook onze kinderen hielpen me. Zij leerden de taal sneller dan wij en ze corrigeerden ons.’ Lachend: ‘Dat was soms pijnlijk, maar ook hoopvol.’

Ali en zoon Djaad bij zijn taxi. | © Yvonne de Noord

Nachtmerries en angsten

Aan de keukentafel in hun huis in Veendam vouwt hun negenjarige zoon Djaad vliegtuigen en bananen van papier. De jongste zoon van Kabakibi en Ali is geboren in Nederland. Voor zijn broers en zussen ligt dat anders: zij maakten de oorlog in Syrië bewust mee.

‘Ze hadden nachtmerries en angsten’, zegt Kabakibi. ‘In de eerste jaren kregen we intensieve begeleiding van een psycholoog. Inmiddels gaat het beter met onze kinderen.’ Nadim en Sham studeren, Naya zit op de middelbare school. ‘Nederland is hun thuis.’

Sinds 2019 is Kabakibi werkzaam bij het COA, waarvan nu drie jaar als intercultureel mediator. In haar werk – ze geeft workshops aan asielzoekers – komen haar persoonlijke ervaringen samen. ‘Als ik voor een groep sta, zie ik mezelf van elf jaar geleden: dezelfde angst, dezelfde onzekerheid, dezelfde vragen.’

Het gezin Kabakibi voor hun huis in Veendam. | © Yvonne de Noord

Altijd weer opstaan

Dagelijks hoort ze verhalen die haar pijnlijk bekend voorkomen. Tijdens haar workshops spreekt ze met asielzoekers over hun verwachtingen van Nederland, maar ook over wat zij terug kunnen doen. ‘Ik wil geen mooi verhaal vertellen, ik wil eerlijk zijn. Ja, de taal is moeilijk en de regels zijn streng. Maar je kunt hier wél een nieuw leven opbouwen.’

Die boodschap staat centraal tijdens haar voorlichtingen. Ze hamert op taal, op meedoen, op vragen durven stellen. ‘Ik zeg altijd: trek je niet terug. Blijf niet binnen. Dat is de grootste valkuil. Na afloop komen de asielzoekers naar me toe. Ze willen weten of ze het goed doen, of ze op de goede weg zijn. Die vraag raakt me elke keer. Veruit de meeste asielzoekers willen echt keihard hun best doen.’

Ze merkt hoe scherp het publieke debat over asiel kan zijn. ‘Soms’, zegt ze, ‘voel ik het op straat in blikken van mensen. Dat doet pijn, omdat mensen niet weten wie ik echt ben.’ Toch weigert ze zich daardoor uit het veld te laten slaan. Ferm: ‘Ik heb geen makkelijk leven gehad. Ik ben gevallen en heb getwijfeld, maar ik stond altijd weer op.’

Terug naar Syrië

Hoewel Kabakibi zich inmiddels thuis voelt in Nederland, gaan haar gedachten vaak terug naar haar moederland. ‘Als het ooit echt veilig wordt in Syrië, wil ik terug om mee te helpen aan de wederopbouw. Wat ik hier heb geleerd, wil ik dan daar inzetten. Maar teruggaan zou betekenen dat mijn jongste zoon meegaat, een kind dat hier is geboren en Syrië alleen kent uit verhalen. Het is nu nog niet veilig en als moeder wil je je kind altijd beschermen.’

Dit is een artikel van RTV Noord


-Meest gelezen artikel-

-advertenties-

NIJM Webdesign Stadskanaal