
STADSKANAAL – Tjidde Bos uit Stadskanaal gaat door middel van wandelen geld ophalen voor onderzoek naar de zeldzame oogaandoening waar hij zelf aan lijdt. In het Amsterdam UMC wordt momenteel onderzoek gedaan naar het verhelpen van Retinitis Pigmentosa, en daar wil Bos een steentje aan bijdragen. Samen met wandelmaatje Ard Barkhuis beginnen ze hun actie tijdens de Klap tot Klaploop.
‘Ik loop al heel lang met het idee om een geldinzamelingsactie op touw te zetten’, vertelt Bos. Eerder richtte hij al de ‘Taskforce Arbeid’ op om mensen met een visuele beperking een goede plek op de arbeidsmarkt te geven. Nu dit op de rails staat, heeft hij meer tijd, dus ook voor het inzamelen van geld. ‘Ik loop samen met mijn ‘buddy’ Ard Barkhuis om onze gezondheid een beetje op peil te houden. Daar kwam het idee uit voort om het mes aan twee kanten te laten snijden en met onze wandelingen ook geld op te halen.’
Klap tot Klaploop
De eerste officiële loop wordt dus de Knoalster Klap tot Klap. Tijdens een van hun trainingswandelingen legt Barkhuis uit hoe hij Tjidde begeleid tijdens het lopen. ‘Allereerst doen we dat voor de gezelligheid’, zegt hij. ‘Maar we hebben ook een koord waardoor we altijd gelijktijdig kunnen lopen. Daarnaast wijs ik Tjidde op oneffenheden en obstakels op de weg.
Na de Klap tot Klap willen de vrienden door naar de 4 Mijl in Groningen en later wellicht de Strand4daagse. De crowdfundingspagina is al aangemaakt en staat inmiddels op bijna 3000 euro. ‘Het blijft een druppel op de gloeiende plaat, maar iedere euro voor onderzoek helpt’, benadrukt de Bos. Zijn streven is na de Klap tot Klaploop 5000 euro binnengehaald te hebben.
Erfelijke aandoening
En het geld is hard nodig, Retinitis Pigmentosa is namelijk een zeldzame aandoening, waardoor er ook niet veel geld voor onderzoek beschikbaar is. ‘Toch is er al iemand geopereerd’, zegt Bos opgewekt. ‘Maar je hebt verschillende genafwijkingen. Ik heb het verkeerde gen, dat tot op heden niet operabel is. Maar daar willen ze door middel van stamceltransplantaties iets aan doen.’
De erfelijke aandoening openbaarde zich bij Bos op middelbare leeftijd. Hierdoor ging hij pas op latere leeftijd steeds minder zien. Momenteel ziet hij nog een heel klein beetje, alsof hij ‘door een rietje’ kijkt, zoals hij het zelf omschrijft. De kans is klein dat Bos er zelf nog aan geholpen kan worden. Hij doet het dan ook vooral voor de jonge generatie. ‘Maar ik zag op tv kinderen die er al op jonge leeftijd mee te maken hebben. Dat grijpt je naar je keel. Ik heb nog lang goed kunnen zien, maar hun zicht verdwijnt nu al.’












