
STADSKANAAL – Op donderdag 16 april was het precies veertig jaar geleden dat het Joods Oorlogsmonument in Stadskanaal werd onthuld. Het monument herdenkt de Joodse inwoners van de gemeente die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd en vermoord.
Aanleiding voor de oprichting lag halverwege de jaren tachtig. Twee Joodse inwoners van Stadskanaal, Jos Gudema en Frits Heilbron, spraken destijds via de krant de wens uit voor een eigen oorlogsmonument. ‘Maar zij wilden daar zelf niet om schooien’, vertelt Alie Noorlag van het Comité Joods Oorlogsmonument in RTV1 talkshow 1 op Vrijdag. Dat was het moment waarop een comité werd opgericht om het monument te realiseren.
136 namen achterhalen
Noorlag, die zelf ook boeken schrijft over de oorlog, raakte al vroeg betrokken bij het initiatief, mede doordat zij de familie Heilbron persoonlijk kende. ‘Ik ben toen bij hem naar binnen gestapt en heb gevraagd wat hij precies bedoelde. Toen is het balletje gaan rollen.’ Binnen het comité kreeg iedereen een eigen taak. Voor de schrijfster werd dat het achterhalen van de namen van de slachtoffers. Daarvoor dook ze in de archieven, onder meer in die van Kamp Westerbork, van waaruit veel Joodse Nederlanders werden gedeporteerd. ‘Iemand moest dat doen, en zo is dat mijn taak geworden.’
Op het monument staan 136 namen gegraveerd. ‘We vinden het erg belangrijk dat al die namen zichtbaar zijn’, zegt Noorlag.
Verhalen die bijblijven
Achter elke naam schuilt een persoonlijk en vaak aangrijpend verhaal. In de loop der jaren sprak Noorlag met nabestaanden en ontdekte ze steeds meer details. ‘Soms kom je later nog dingen te weten waarvan je denkt: had ik dat maar eerder gevraagd.’
(Tekst gaat verder onder video)
Een verhaal dat de schrijfster uit Vlagtwedde is bijgebleven, is dat van David Kropveld. Hij woonde in Stadskanaal, maar verbleef later in Het Apeldoornsche Bosch, een Joods psychiatrisch ziekenhuis. In de oorlog werden de bewoners van dit ziekenhuis massaal weggevoerd. ‘We vonden het belangrijk dat ook hij een plek kreeg op het monument, ondanks dat hij niet meer in Stadskanaal woonde.’
Later zijn via zogenoemde Stolpersteine (gedenkstenen) ook andere slachtoffers herdacht die niet officieel geregistreerd stonden in de gemeente Stadskanaal, zoals vluchtelingen en familieleden die wel deel uitmaakten van de gemeenschap.
Betrokkenheid van nieuwe generaties
Ondanks dat de oorlog steeds verder achter ons ligt, lijkt de belangstelling niet minder te worden. Integendeel, volgens Noorlag komen er elk jaar zelfs meer mensen naar de herdenking op 4 mei. Onder deze groep zitten ook veel jongeren. ‘Juist in deze tijd, waarin er veel antisemitisme is, is het belangrijk om de aandacht hierop te richten.’ In het comité zijn inmiddels ook jonge mensen aangesloten, die zorgen voor nieuwe aanwas. ‘Het is heel fijn dat zij nu ook ingesprongen zijn’, zegt Noorlag daarover.
Tijdens de jaarlijkse herdenking op 4 mei, spelen scholieren een belangrijke rol. Dit jaar zullen leerlingen uit Mussel de namen van de slachtoffers voorlezen. ‘Zo komt het verhaal dichterbij. Dan begrijpen ze beter wat er is gebeurd’, licht Noorlag toe.
Een oogje in het zeil
Ook omwonenden dragen al veertig jaar hun steentje bij. Zo wordt er al jaren stroom geleverd vanuit nabijgelegen woningen voor de herdenkingen en houden buurtbewoners een oogje in het zeil. ‘Ze letten bijvoorbeeld op of het monument niet vernield wordt en dat er geen rommel wordt achtergelaten’, vertelt Noorlag. Daarmee is het monument niet alleen een plek van herdenking, maar ook een belangrijk onderdeel van de gemeenschap in Stadskanaal.













