Direct naar de inhoud.

Kinderen Willem Koelewijn onderzoeken oorlogsverleden in Drouwen: ‘Hij vertelde er weinig over’

  • door:
  • op:
Van links naar rechts: Lambertha Kremer-Koelewijn, Jaap Koelewijn en Mennie Postmus-Koelewijn. | © Haile Flapper/RTV1

DROUWEN – De familie Koelewijn is met een zoektocht bezig naar het oorlogsverleden van hun vader. In 1942 werkte Willem Koelewijn in een arbeiderskamp in Drouwen. Hij vertelde er niet veel over aan zijn kinderen. Jaren na zijn dood, vonden Mennie Postmus-Koelewijn, Lambertha Kremer-Koelewijn en Jaap Koelewijn een doos met foto’s. Vanaf dat moment ging de bal rollen en kwamen de kinderen veel te weten.

In de doos zaten foto’s van een begrafenis. ‘Wij dachten: wie is dit en hoe kan het dat onze vader deze foto’s heeft?’

Tekst gaat verder onder de video

In de auto naar Drouwen

De kinderen gingen verder op onderzoek uit, maar ze liepen vast. ‘Toen besloten we om naar Drouwen te rijden. We gingen op zoek naar de familie Plat. Dit was namelijk een vriendschappelijk contact van onze vader en hier gingen we in de vakanties weleens naartoe,’ aldus Mennie Postmus-Koelewijn. ‘De mensen op het adres kenden de familie Plat niet en we werden doorgestuurd naar de buurvrouw. Zij kon ons veel vertellen over de familie Plat, maar niet over het arbeiderskamp. Van haar kregen we het adres van Sjoerd Looijenga. Hij kon ons volgens de buurvrouw vast meer vertellen en toen zijn we naar zijn huis gereden.’

Vanaf dat moment ging de bal rollen, want Looijenga kon de familie inderdaad meer vertellen over het kamp. Hij zit namelijk in de werkgroep Drouwen in de Tweede Wereldoorlog.

De werkgroep is bezig met het in kaart brengen van het oorlogsverleden in Borger-Odoorn. ‘Ik heb aan de hand van de foto’s van de begrafenis een tijdlijn gemaakt. Het was een begrafenis van Jan-Geert Timmer. Hij was een onder opzichter in het kamp en hij kwam zelf uit Drouwenerveen,’ vertelt Looijenga. ‘Dat was in april 1943 en omdat Willem Koelewijn daar foto’s van had, moest hij daar geweest zijn. Zo kwamen we erachter dat hij behoorde tot de derde lichting van het kamp.’

Discipline leren

Het arbeiderskamp werd opgericht op 1 juni 1942. Het doel was om jonge mannen discipline bij te leren. Ze moesten zes maanden in het kamp werken en het bestond vooral uit landbouwwerk. ‘Door de boeken die we hebben gelezen, zijn we erachter gekomen dat de mannen eerst vrijwillig werden opgeroepen, maar er kwamen te weinig aanmeldingen. Toen werd het verplicht en in die fase werd onze vader opgeroepen om naar het kamp te komen,’ zo vertelt Lambertha Kremer-Koelewijn.

De kinderen hebben dankzij de informatie van Looijenga al veel geleerd over hun vader en het kamp. Bijvoorbeeld dat er een ouderdag werd gehouden in kamp. ‘We zijn ook door Looijenga op de plek geweest waar het kamp was en dat is wel heel bijzonder.’

Fysieke aanwijzing van het kamp

De familie laat samen met Looijenga de plek van het kamp zien. Op deze plek, staat nu een bungalowpark. Looijenga wijst een aantal herkenbare punten aan. ‘Je ziet bijvoorbeeld nog de heuvels. Dit worden de konijnenheuvels genoemd.’

Looijenga laat ook het enige fysieke restant van de barakken zien. Een stuk Duits beton. ‘Bij welk gedeelte van het kamp dit beton hoorde, weten we niet, maar voor de rest zit alles in de grond. Het kamp is ook snel gesloopt na de sluiting.’

De kinderen kijken naar de steen en ze vinden het allemaal heel bijzonder om het te zien. ‘Het feit dat onze vader hier ooit heeft gestaan, maakt het extra speciaal, want dichterbij kun je eigenlijk niet komen,’ zegt Jaap Koelewijn.

Bruin verleden in Drouwen

Thuis werd er weinig over de oorlog gesproken. Het is een herkenbaar beeld voor Looijenga. ‘We zien dit vaker, omdat er verhoudingsgewijs veel mensen lid waren van de NSB in deze omgeving. Armoede was vaak de drijfveer voor mensen om lid te worden en ze werden ook beïnvloedt door de propaganda. Deze verhalen zijn niet zo bekend, maar wij vinden dat ze verteld moeten worden.’

Tekst gaat verder onder de foto

NSB-actie in Drouwen. | © Drouwen in de Tweede Wereldoorlog

‘Hij stond open voor andere mensen’

Nu de kinderen meer weten, kijken ze ook anders aan tegen het oorlogsverleden van hun vader. ‘Als je hoort dat je vader in een kamp heeft gewerkt, is je eerste gedachte: wat heeft hij gedaan? Nu heb ik geleerd dat hij daar verplicht moest werken. Hij heeft gedaan wat er van hem heeft gevraagd,’ licht Lambertha Kremer-Koelewijn toe. ‘Ik wil niet zeggen dat hij onschuldig is, want dat vind ik een verkeerd woord, maar hij heeft gediend. In zijn tijd was er ook nog geen zware propaganda van de Duitsers in het kamp. Zo waren de leden van het kamp niet verplicht om een Hitlergroet te doen.’

Als hun vader iets vertelde over het kamp, was dat best positief en dat begrijpen de kinderen nu ook beter. ‘De jongens kwamen uit verschillende delen van het land, maar ze werden bij elkaar geplaatst. Zo gingen er ook mensen met verschillende religies met elkaar om,’ aldus Mennie Postmus-Koelewijn.

Het zorgde ervoor dat hun vader ook later open stond voor andere mensen. Hij had geen oordeel. Een andere geloofsovertuiging was geen probleem voor hem. ‘Dat merk ik nu ook bij mezelf naar andere mensen toe. Ik denk dat ik dat van mijn vader heb geleerd. Hij was ook richting Duitsers heel open. Onze moeder had daar bijvoorbeeld meer moeite mee,’ zegt Jaap Koelewijn.

De familie Koelewijn blijft doorzoeken en ze hebben nog veel vragen over de familie Plat, het vriendschappelijke contact van hun vader. ‘We zijn benieuwd hoe het contact met deze familie is ontstaan. Na de oorlog waren ze nog steeds vrienden. Onze vader zag deze familie als hele gastvrije mensen. Wij vragen ook af of de familie Plat ook vriendschappelijke contacten had met andere mensen uit het kamp.’



-Meest gelezen artikel-

-advertenties-

NIJM Webdesign Stadskanaal