
REGIO – Veel mensen zitten niet te wachten op een spoorverbinding over het huidige STAR-traject. Dat blijkt uit tientallen van de 147 reacties die het Rijk heeft ontvangen en een eerdere oproep van een bewonersgroep uit de Parkwijk. Mensen zijn bang dat door de komst van de Nedersaksenlijn de museumspoorlijn STAR verloren kan gaan en wijzen op andere opties, zoals een traject langs de N366.
Toen het project Nedersaksenlijn van start ging, kon iedereen daarop reageren in het kader van een participatieproces. Dit is een onderdeel van de zogeheten MIRT-verkenning, die de komende tijd kijkt waar de spoorlijn moet komen te liggen en welke stations er komen. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontving uiteindelijk 147 reacties. Deze reacties bestaan uit zorgen en aanbevelingen. Van die 147 reacties gaan er circa twintig over het STAR-traject, een mogelijke optie voor de Nedersaksenlijn.
De betreffende inwoners lijken daar overwegend weinig voor te voelen. Enerzijds omdat men vreest dat de trein te dicht bij woningen komt te liggen, met mogelijke geluidshinder of zelfs bodemdaling tot gevolg. Anderzijds zijn er zorgen over het voortbestaan van de museumlijn zelf. Zo is een indiener bang dat de exploitatie van de STAR in gevaar komt als ook een moderne trein over het tracé rijdt.
‘Voelen ons niet weggedrukt’
STAR-bestuurslid Jaap Duit reageert verheugd op de vele reacties voor het behoud van de museumspoorlijn. ‘Prachtig om te horen dat de indieners de STAR een warm hart toedragen’, aldus Duit. Hij vertelt daarnaast dat de STAR als een van de ‘stakeholders’ meepraat in de werkgroep die de MIRT-verkenning uitvoert. ‘We voelen ons niet in de positie dat we op voorhand weggedrukt worden’, benadrukt Duit. ‘We kunnen ons ei leggen en daar wordt ook goed naar geluisterd.’ Duit en de andere vrijwilligers kijken dan ook met vertrouwen naar de toekomst.
‘Je hebt het hier over twee treinsystemen met verschillende snelheden. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat een combinatie hiervan op één spoor niet aan te bevelen is.’ Daarom wordt ook niet verwacht dat de Nedersaksenlijn over het STAR-spoor zal rijden. ‘Je hebt het ook over totaal verschillende snelheden. Een moderne trein rijdt zo’n honderd tot 120 kilometer per uur. Kijk je dan bijvoorbeeld naar de bocht bij Bareveld: als je daar met dat soort snelheden een trein doorheen jaagt, vlieg je uit de bocht.’
De Nedersaksenlijn
Deze spoorverbinding moet van Groningen, via Veendam en Stadskanaal, naar de regio Zwolle en Enschede lopen. Lang leek de spoorverbinding er niet te komen, maar toen er bij de voorjaarsnota in 2024 1,9 miljard euro beschikbaar werd gesteld, kon begonnen worden met de planvorming. Wanneer de spoorlijn er komt, is echter nog altijd onzeker. Schattingen lopen richting 2040 of nog later.
Alternatieven
Duit ziet meer in alternatieven, zoals een spoor langs de N366 of de Mondenweg. Deze ideeën komen ook terug in de reacties richting het ministerie. Volgens meerdere indieners zou zo’n route minder overlast veroorzaken en beter aansluiten op toekomstige ontwikkelingen. Een van de indieners stelt een route voor ‘via Wildervank, langs de westkant van het kanaal richting Stadskanaal en verder via de N366 naar station Emmen’. Volgens die reactie zou dat tracé meer reizigers bedienen en toekomstbestendiger zijn.
Begin dit jaar kwam een groep inwoners uit Stadskanaal al met een dergelijk initiatief. Ook zij zijn tegen een tracé over het STAR-spoor. ‘Je snijdt daarbij dwars door de bebouwing heen, dat is volgens ons geen optie’, zei Harry Bulk, woordvoerder namens de Parkwijkraad en bewoners destijds. In hun plan stellen ze een station bij de Rode Loper voor.
Stations
Ook in de reacties richting het ministerie wordt volop meegedacht over mogelijke stationslocaties. Zo worden onder meer stations genoemd bij het Europaplein in Stadskanaal en het oude Philipsterrein, de voorkeurslocatie van de gemeente. Daarnaast zijn er ook mensen die een station in kleinere kernen wensen: er zijn drie reacties die pleiten voor een station in Wildervank, nabij het cultuurcentrum in het dorp.
Deze zomer wordt gekeken of de aangedragen oplossingen haalbaar zijn. In 2027 worden de overgebleven varianten beoordeeld op verschillende punten, zoals kosten, bereikbaarheid, inpassing in de omgeving en leefbaarheid. Een jaar later, in 2028, moet dat leiden tot een concept-voorkeursalternatief voor de Nedersaksenlijn. Inwoners krijgen ook in die fase opnieuw de mogelijkheid om mee te denken over de plannen en de keuzes die worden gemaakt. Wanneer dat precies gebeurt, wordt van tevoren aangekondigd via onder meer de krant, gemeenten en sociale media.












