
STADSKANAAL – De gemeente Stadskanaal sluit 2025 financieel af met een overschot van ruim 6,6 miljoen euro, dat blijkt uit de jaarstukken. Dit is het vierde jaar op rij dat Stadskanaal afsluit met een overschot, maar dit komt met name door incidentele meevallers. Hierdoor blijft de financiële positie op ’t Knoal kwetsbaar. Er komen namelijk flinke financiële opgaven op de gemeente af, dus zijn de reserves hard nodig.
Volgens de gemeente staat Stadskanaal er financieel gezien ‘redelijk’ voor. De schulden zijn nog relatief laag en de gemeente kan haar rekeningen en verplichtingen voorlopig betalen. Ook verwacht de gemeente dat investeringen in grondprojecten uiteindelijk worden terugverdiend.
Niet structureel
Toch valt er in de jaarstukken ook een waarschuwing te lezen. Ruim tachtig procent van het overschot is niet structureel en is ontstaan door tijdelijke of toevallige voordelen. Zo is er bijvoorbeeld ruim zes ton bespaard door lagere apparaatskosten en is een voordeel van ruim een miljoen op rente en afschrijvingen. Dit zijn voordelen waar je als gemeente niet op kan bouwen, omdat je simpelweg niet weet hoe dat voor het volgende jaar zit.
Net voldoende
De zogenoemde ‘structurele exploitatieruimte’ komt uit op slechts 0,75 procent. Dat betekent dat de vaste inkomsten nog nét voldoende zijn om de vaste uitgaven te betalen. De gemeente noemt de financiële situatie daarom zelf ‘kwetsbaar’. ‘De opgaven voor de komende jaren zijn voor de gemeente groot’, schrijft ze in de jaarstukken. Hiermee wordt onder meer gedoeld op het woningbouwvraagstuk, gebiedsontwikkeling en kosten voor onder meer WMO en jeugdhulp.
Spaarpot
Voor onverwachte tegenvallers heeft Stadskanaal wel voldoende reserves achter de hand. Door de jarenlange overschotten heeft de gemeente een aardige spaarpot van zo’n 26 miljoen euro, een deel daarvan kan gebruikt worden om tegenvallers op te vangen.
Ook in de uitgaven is zichtbaar dat Stadskanaal voor lastige keuzes staat. De gemeente gaf in 2025 minder uit aan huishoudelijke hulp en begeleiding dan was begroot. Volgens het college kwam dat doordat het aantal cliënten minder hard groeide dan verwacht en minder inwoners gebruik maakten van persoonsgebonden budgetten (pgb).
De gemeente zet de komende jaren nadrukkelijk in op preventie en lichtere vormen van hulp. Er wordt geïnvesteerd in vroegsignalering van schulden, welzijnscoaches, buurtwerk, ggz-voorzorggroepen en projecten tegen eenzaamheid. Volgens de gemeente moeten deze voorzieningen voorkomen dat inwoners later zwaardere en duurdere zorg nodig hebben.
Investeringen uitgesteld
In de gemeenteraad wordt gemengd gereageerd op de jaarnota. Er is positiviteit over het miljoenenoverschot, maar veel partijen wijzen er ook op dat een hoop taken nog niet zijn uitgevoerd. Meerdere raadsleden benadrukken dat investeringen te vaak worden uitgesteld, een van de oorzaken van het overschot. Wethouder Borgesius erkent dat projecten ‘niet altijd binnen de tijd’ gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanpak van wegen en fietspaden. Borgesius geeft de krappe arbeidsmarkt als een van de redenen.
Een deel van de spaarpot kan niet gebruikt worden om tekorten op te vangen en zal dus gebruikt moeten worden voor die investeringen. Raadsleden spreken hierdoor de wens uit dat geld uit de ‘spaarpot’ van de gemeente uitgegeven gaat worden en dat projecten sneller uitgevoerd gaan worden. ‘Het geld moet niet op de plank komen te liggen, maar zichtbaar worden in dorp en wijk’, zo omschreef CDA-raadslid Gerard Weinans maandagavond.












