
REGIO – Ondanks miljoenen van het kabinet voor scholen in krimpregio’s, waarschuwt techniekorganisatie FME voor de toekomst van technische opleidingen. De hoge kosten zouden deze onderwijsrichting weleens de das om kunnen doen als er in de toekomst niet meer geld bijkomt, zegt de voorzitter van FME.
In het nieuwe MBO-plan wil het kabinet scholen in krimpgebieden vanaf 2029 een vast basisbedrag geven. Zo moeten de scholen minder afhankelijk worden van dalende studentenaantallen. Maar het FME blijft kritisch. ‘Als de bekostiging niet beter aansluit op de werkelijke kosten, dreigen technische opleidingen te verdwijnen’, zegt FME-voorzitter Theo Henrar tegen De Telegraaf. Zijn organisatie vreest dat zonder structureel extra budget opleidingen zullen verdwijnen.
Noorderpoort
Noorderpoort in Stadskanaal biedt, samen met het vmbo van Ubbo Emmius, technische mbo-opleidingen aan. Daar is nog niet de directe vrees dat deze opleidingen op de tocht staan, al erkennen zij wel dat het een dure vorm van onderwijs is. ‘Je ziet bijvoorbeeld dat het inrichten van praktijklokalen heel duur is’, zegt Mark Timmers, woordvoerder van Noorderpoort. ‘Je hebt te maken met machines en je wilt studenten laten leren met de nieuwste technieken. Dat vraagt investeringen.’
Spagaat
Tegelijkertijd is er naast de hoge kosten nog een ander probleem. De vraag naar vakmensen is groot, maar de instroom blijft beperkt. ‘Je ziet dat de leerlingenaantallen maar blijven dalen, ook in de techniek’, zegt Leo van der Burg, business development manager regio Noord bij FME, tegen RTV Noord. ‘Ik zie ook in het Noorden, en zelfs in het hoger onderwijs, dat de instroom in de techniek achterblijft. Dat komt door de vergrijzing, maar ook door de imagoproblemen van de sector. Het is een lastige spagaat.’
Noorderpoort-woordvoerder Mark Timmers herkent die spagaat, maar ziet nog geen sterke daling van het aantal leerlingen op de eigen scholen. ‘We zitten in een krimpregio, dus demografisch heb je te maken met minder jongeren. Maar qua instroom zien we een redelijk stabiel beeld.’

Samenwerking tussen sector en onderwijs
Toch is er sprake van arbeidskrapte: niet alleen regionaal, maar ook landelijk is de vraag naar vakmensen groot. Timmers benadrukt dat dit niet alleen voor de technieksector geldt. ‘Bijna alle sectoren vragen om vakmensen. De techniek, de zorg, mobiliteit en ga zo maar door. Daarom is het zo belangrijk dat het mbo zo goed mogelijk samenwerkt met bedrijven.’
Dit gebeurt bijvoorbeeld in Stadskanaal, waar samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijven uit Oost-Groningen de laatste jaren is geïntensiveerd met onder meer BBL-trajecten en gezamenlijke praktijklokalen. Timmers noemt het ook een ‘gezamenlijke uitdaging’ van zowel het onderwijs als de sector om de personeelstekorten terug te dringen en het imago van praktijkvakken te verbeteren. ‘Voor de hele keten geldt: samenwerking is essentieel. En dat begint bij voorlichting: jongeren enthousiast maken om praktijkonderwijs te volgen.’
HTC’s
Dat FME oproept tot meer geld, illustreert volgens Timmers nog eens hoe groot de vraag naar goed opgeleide technici is. ‘Het is heel belangrijk om goed op te leiden, vervolgens de overstap naar werk zo gemakkelijk mogelijk te maken en ten slotte mensen te behouden.’ Door het geringe aantal jongeren worden ook zij-instromers steeds belangrijker. ‘Het gaat dus niet alleen om scholing, maar ook om bijscholing.’
Noorderpoort is ervan overtuigd dat het techniekonderwijs niet in gevaar komt als onderwijs en bedrijfsleven hun samenwerking behouden én verder intensiveren. ‘Er wordt momenteel gesproken over HTC’s, hybride techniekcentra, die in Nederland opgericht moeten worden. Daar leid je samen met bedrijven leerlingen op. Zulke ontwikkelingen zie je bijvoorbeeld ook in Stadskanaal.’
Reactie minister:
Onderwijsminister Letschert laat aan De Telegraaf weten de kritiek van het FME niet te herkennen. Zij heeft de afgelopen maanden veel contact gehad met de sector en daar heeft ze ’geen enkel signaal ontvangen’ dat de nieuwe bekostiging technische opleidingen in de problemen zou brengen. FME-voorzitter Henrar blijft echter van mening dat meer geld nodig is, en het tot nog toe blijft bij ‘mooie woorden van de politiek’.











