Direct naar de inhoud.

Thuisonderwijs op levensbeschouwelijke gronden staat op de tocht: wat betekent dit voor gezinnen in de regio?

  • door:
  • op:
Thuisonderwijs wordt steeds moeilijker | © Magnific

REGIO– In de regio hebben tientallen kinderen een vrijstelling van de leerplicht op levensbeschouwelijke gronden. Een recente uitspraak van de Hoge Raad maakt deze vrijstellingen nu vrijwel onmogelijk en gemeenten worden gedwongen hun beleid opnieuw te bezien, ook voor gezinnen die de vrijstelling al hebben.

Ouders kunnen een beroep doen op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet als zij ‘overwegende bedenkingen’ hebben tegen de levensbeschouwelijke richting van alle scholen in hun omgeving. Het gaat uitdrukkelijk niet om bezwaren op medische of psychische gronden, daarvoor bestaat een andere grondslag in de wet. De vrijstelling wordt elk jaar opnieuw beoordeeld en geldt deels voor dezelfde groep kinderen over meerdere jaren, maar er is ook instroom en uitstroom.

Hoge Raad gooit roer om

Op 21 april deed de Hoge Raad een richtinggevende uitspraak: een beroep op artikel 5 onder b is in de praktijk vrijwel niet meer mogelijk als er een openbare school binnen redelijke afstand beschikbaar is. De hoogste rechter stelt het recht van het kind op onderwijs centraal en oordeelt dat dat recht niet ondergeschikt mag worden gemaakt aan de overtuigingen van ouders.

Landelijk gaat het om naar schatting 2.100 tot 2.860 kinderen die op dit moment thuisonderwijs krijgen op levensbeschouwelijke gronden.

De uitspraak heeft gevolgen voor zowel nieuwe aanvragen als voor kinderen die al een vrijstelling hebben. Nieuwe aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de uitspraak van de Hoge Raad, en ook bestaande vrijstellingen worden opnieuw tegen het licht gehouden, maakt Stadskanaal bekend.

Veendam zegt zowel nieuwe als bestaande vrijstellingen te beoordelen ‘in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad’, maar geeft nog geen verdere toelichting op de concrete stappen. Borger-Odoorn is met uitvoeringsorganisatie Menso in gesprek over de gevolgen voor de uitvoeringspraktijk.

Verzuim en complexe problematiek

Los van de levensbeschouwelijke vrijstellingen worstelen de gemeenten ook met bredere verzuimcijfers. Borger-Odoorn erkent dat het relatieve verzuim er de afgelopen jaren hoger ligt dan in omliggende gemeenten, maar plaatst daarbij een kanttekening: dit hangt mede samen met betere en uitgebreidere registratie. Meer registreren betekent hogere cijfers, maar ook dat problemen eerder in beeld komen.

Alle drie de gemeenten zien dat achter langdurig verzuim vaak complexe problemen schuilgaan op het gebied van gezondheid, gezinssituatie of onderwijsbehoefte. Om dat eerder te signaleren zetten de gemeenten in op samenwerking tussen onderwijs, zorg en andere partners. Borger-Odoorn werkt met een ondersteuningsroute Onderwijs-Zorg, kansencoaches op scholen en POH Jeugd bij huisartsen.

Stadskanaal en Veendam benadrukken eveneens dat de rol van de leerplichtambtenaar steeds meer verschuift van curatief naar preventief: eerder ingrijpen, voordat verzuim uitloopt op langdurig thuiszitten.

Landelijk toenemende druk

De regio staat er niet alleen voor. Gemeenten als Utrecht, Groningen en Den Haag weigeren al nieuwe vrijstellingsaanvragen en herbeoordelen bestaande. In Den Haag zijn eerder verleende vrijstellingen al ingetrokken, waardoor kinderen alsnog naar school moesten. Het Openbaar Ministerie, dat eerder tijdelijk stopte met vervolging in dit soort zaken, heeft aangekondigd de strafrechtelijke handhaving te hervatten op basis van de nieuwe uitspraak.

Landelijke organisaties Ingrado en de VNG adviseren gemeenten om samen met ouders een plan te maken om kinderen gefaseerd terug te begeleiden naar regulier onderwijs, zonder direct handhavingsmaatregelen te nemen zolang aan herplaatsing wordt gewerkt. Het uitgangspunt daarbij is helder: ieder kind heeft recht op onderwijs, en dat recht weegt zwaarder dan het recht van ouders om school te weigeren.



-Meest gelezen artikel-

-advertenties-

NIJM Webdesign Stadskanaal