
REGIO – ‘Op een openbare plek te horen gekregen: als ik je toen en toen zag, had ik je tanden uit je bek geslagen.’ Het is een van de ervaringen die raadsleden en bestuurders uit Borger-Odoorn, Stadskanaal en Veendam deelden in een onderzoek van RTV1. Veertien van de 34 deelnemers kregen in hun politieke werk te maken met agressie, intimidatie of bedreiging. Bij vier van hen ging het om concrete bedreigingen, drie keer gebeurde het bij de eigen woning.
Door: Rutger Breider & Hielke Bosch
Toch is dat niet het hele beeld. Gevraagd om een cijfer voor hun veiligheidsgevoel komen de deelnemers gemiddeld uit op een 8. Dat cijfer is precies hetzelfde voor de groep die wél iets heeft meegemaakt als voor de groep die nooit iets overkwam. Twee mensen geven een cijfer onder de zeven.
Sociale media, maar niet alleen
Van de veertien noemen negen schelden of beledigen, acht intimiderende berichten en zes discriminerende of haatdragende opmerkingen. Vijf kregen te maken met agressief gedrag bij een fysieke ontmoeting. Sociale media worden het vaakst genoemd, maar niet uitsluitend: het gebeurde ook op straat, tijdens bijeenkomsten, rond raadsvergaderingen, per telefoon, per brief en aan de deur.
Een raadslid uit Veendam dat langer dan acht jaar actief is: ‘Op sociale media wordt je met regelmaat door het slijk gehaald, beschuldigd van van alles zonder een kans te hebben om te reageren. Men kan ongestoord zijn gang gaan en dat zorgt voor een vijandig klimaat.’ Op de vraag wat er gebeurde nadat het was gemeld, antwoordt dit raadslid met één woord: ‘niets.’
‘Emotionele onveiligheid’
Een ander raadslid, VUK-fractievoorzitter Hilly Venema, maakt zich zorgen over de groeiende haat en bedreigingen aan het adres van politici. Er is een kentering in de maatschappij. Je ziet dat ook in Duitsland’, merkt Venema. ‘De manier hoe mensen naar politiek kijken is heel wantrouwend. Dat snap ik ook voor een deel. Mensen voelen zich in de steek gelaten.’
Maar, zo benadrukt Venema, is dat in geen geval een excuus om mensen te bedreigen of te belagen. Zelf voelt ze zich niet bedreigd, maar ze ziet het wel om haar heen. ‘Het is een emotionele onveiligheid die ik soms voel. Eigenlijk moet je je vrij kunnen uiten op een respectvolle manier.’
Tijdens de discussie over windmolens in de gemeente, kreeg Venema ‘een hoop bagger’ over zich heen, zoals ze het zelf noemt.
‘Zonder veel informatie krijg je gelijk veel over je heen. Je wordt bestempeld als ‘chagrijnige vrouw’. Uiteindelijk heb je ook een privéleven.’ Het is een onveiligheid die Venema niet alleen bij zichzelf, maar in het algemeen zorgen baart. ‘Alles wat we in de gemeenschap na de tweede wereldoorlog hebben opgebouwd, gaat langzaamaan helemaal teloor.’
Ook het gezin
Bij acht van de veertien bleef het niet bij henzelf. Vier zeggen dat de agressie zich ook op hun gezin richtte, vier anderen dat naasten er gevolgen van ondervonden. Wethouder Henk Zwiep uit Borger-Odoorn beschrijft een pamflet dat rondging in de omgeving van het eigen dorp: ‘Het ergste vond ik persoonlijk dat mijn dochter en mijn schoonzoon hierin ook onheus werden bejegend. Zij mogen geen voordeel maar zéker ook geen nadeel ondervinden van het feit dat ik wethouder ben.’ Na onderzoek door de politie volgde geen veroordeling.
Wethouder en dochter op een pamflet
In 2024 werden in en rond Bronnegerveen pamfletten verspreid met daarop geruchten over een asielopvang op een camping in het dorp. Wethouder Henk Zwiep en zijn dochter waren in dat pamflet de kop van jut. Zij zou als voormalig eigenaresse van de camping medewerking hebben verleend aan de genoemde asielopvang, werd op het pamflet beweerd.
Ook was te lezen dat de ‘opvang’ ten goede zou komen aan de portemonnee van de projectontwikkelaar en de familie Zwiep. ‘Dat mijn dochter hierbij werd betrokken, daar had ik nog het meeste last van’, blikt Zwiep twee jaar later terug. ‘Omdat ik wethouder ben, kwam zij in een slecht daglicht te staan. Dat gaf een groot gevoel van machteloosheid.’
Zowel de gemeente Borger-Odoorn als wethouder Zwiep zelf deden aangifte bij de politie vanwege de ‘suggestieve en lasterlijke’ pamfletten. Desondanks zegt Zwiep zich niet onveilig te hebben gevoeld in deze periode. ‘Ik wist wie deze pamfletten had verspreid, maar was niet bang voor ‘m. Ik kwam hem zelfs op een bepaald moment tegen in Borger. Maar ook toen voelde ik me niet onveilig.’
‘Glazen huis’
Vooral het feit dat zijn werk als wethouder gevolgen had voor zijn gezin, steekt Zwiep. ‘Het was voor mij overigens geen reden om te stoppen. Je leeft in een glazen huis. ‘Mensen kijken toch anders naar je, dan als je geen wethouder, raadslid of burgemeester bent. Dat weet je.’ Zwiep is achteraf blij dat het bij dit geval is gebleven, want als zoiets structureel zou gebeuren, zou hij begrijpen dat je als wethouder op een gegeven moment stopt.
Zelf loopt hij al twintig jaar mee in het openbaar bestuur van de gemeente, zowel als raadslid als wethouder. ‘Je merkt dat in die jaren de verharding is toegenomen’, constateert Zwiep. ‘Vroeger kreeg je alle stukken op papier. Als mensen daar een reactie op wilden geven ging dat per brief of telefoon. Dat was altijd correct. Nu is er de sociale media, de online-wereld. Dat speelt een slechte rol. Je kunt op Facebook schrijven wat je wilt, niemand die daar iets aan doet. Dit is overigens maar een kleine groep, maar ze roepen wel hard.’
De ervaren bestuurder heeft wel een advies voor de jonge generatie in de politiek. ‘Blijf jezelf, dat is je eigen kracht. Anderen kunnen er dingen van vinden, dat moet je van je af laten glijden en je eigen koers blijven varen. Iedereen maakt fouten, ik ook, maar blijf altijd je eigen kompas gebruiken.’
Melden gebeurt vaak, opvolging niet altijd
Elf van de veertien meldden een incident, meestal bij de fractie, de burgemeester of de eigen partij. Vijf deden aangifte bij de politie. De ervaringen met wat daarna gebeurde lopen ver uiteen. Eén deelnemer noemt het ‘uitstekend opgepakt’. Anderen schrijven dat er niets gebeurde, dat het incident ‘niet ernstig genoeg’ was, of dat de politie zou bellen en er nooit iets werd teruggekoppeld.
Wie niets meldde, noemt bijna altijd dezelfde reden: geen extra aandacht willen. Eén deelnemer beschouwde het als onderdeel van het werk.
Het effect op wie niets overkwam
Achttien van de 34 deelnemers houden soms rekening met mogelijke agressie bij hun werk, vier doen dat vaak. Vijf hebben hun handelen daadwerkelijk aangepast: iets niet op sociale media gezet, minder over het privéleven gedeeld, een mening minder scherp geformuleerd, een bijeenkomst overgeslagen.
Vier van die vijf hebben zelf nooit iets meegemaakt. Een raadslid uit Veendam, die het wel meemaakt, merkt dat het lang ook een houding is geweest om er geen aandacht aan te besteden. ‘Dat hoort er bij en dat moet je maar accepteren, je kiest er zelf voor’, omschrijft het Veendammer raadslid de jarenlange tendens. ‘Ik denk dat dat nu wel aan het kenteren is, omdat de bedreigingen extremer worden. Je kiest hier niet voor als je volksvertegenwoordiger wordt.’
Net als Zwiep wijst ook het raadslid uit Veendam naar sociale media als platform voor haat en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van politici. ‘Dan krijg je een serie opmerkingen en verwensingen naar je hoofd. Die anonimiteit is misschien wel heel makkelijk. Makkelijk roepen.’
Het zorgt ervoor dat sommige raadsleden zelf ook terughoudender worden op sociale media. ‘Ik plaats op persoonlijke titel bijna nooit iets. De laatste tijd zelfs helemaal niet.’
Van binnen de politiek
Twee deelnemers beschrijven intimidatie die niet van inwoners komt maar van binnen de politiek zelf. Een van hen noemt collega-raadsleden en wethouders die het stemgedrag wilden beïnvloeden, uitsluiting en beledigende opmerkingen, en zegt dat pogingen om dit te bespreken niets opleverden: ‘Opmerkingen als: dat is politiek. Hiermee bedoelen ze feitelijk: we spelen een vals spel en daar moet je tegen kunnen.’
Wat er zou moeten veranderen
Deelnemers pleiten vooral voor harder en sneller optreden. ‘Het enige wat werkt is meteen aanpakken bij iedere melding’, schrijft een raadslid uit Borger-Odoorn. Anderen willen strengere handhaving door socialemediabedrijven, een onafhankelijke vertrouwenspersoon of training voor nieuwe raadsleden. Eén deelnemer wil alle politieke ambtsdragers verplicht van sociale media af.
Een raadslid dat sinds maart in de raad zit, legt de vinger ook bij de pers: ‘Voor de pers ligt daar denk ik een lastig dilemma want des te meer je hierover publiceert des te normaler het wordt. We zullen een middenweg moeten vinden met aandacht voor dit onderwerp maar wel op zo’n manier dat het niet normaal gevonden wordt.’
Een ander raadslid benadrukt de rol van de gemeente, en pleit voor een gemeentelijke aanpak tegen bedreigingen aan het adres van bestuurders en raadsleden. ‘Het had veel eerder geregeld moeten worden. Dat je het bedreigen van politici op welk niveau ook bij de oorsprong aanpakt. Als een raadslid of lokale bestuurder bedreigt worden, moet er ook wat gebeuren. Het is opvoeden van de maatschappij. Bedreigingen ondermijnen namelijk de democratie.’
Aan het onderzoek deden 34 raadsleden, collegeleden en oud-politici uit Borger-Odoorn (22), Stadskanaal (6) en Veendam (6) mee. Deelname was vrijwillig en anoniem, waardoor de uitkomsten geen representatief beeld van alle raadsleden geven. Morgen deel 2: hoe gaan de gemeenten er zelf mee om?









