Stadskanaal: 105.3FM | Veendam: 106.9FM | TV Kanaal 1458 KPN |TV kanaal 42 Ziggo | TV kanaal 25 SKV

Wil je met me mee naar de Fox? Opbloeiende romance in de supermarkt

Dit verhaal is eerder op de oude RTVS-site gepubliceerd.

Door de vernieuwde site moesten ook de reeds eerder gepubliceerde verhalen opnieuw worden ingevoerd.

Daar zijn we inmiddels al mee begonnen, waarbij ook nieuwe verhalen aan worden toegevoegd, zoals het nieuwe verhaal van Harmke Veenman die in het stookhok door boer Rieks Rozen bijna wordt aangerand…….

Verhaal door Anton de Wijk

Ze vulde de schappen in de supermarkt, een jong fris ding van een jaar of zestien. Een voor een gleden de koffiepakken door haar slanke vingers en werden netjes in het daarvoor bestemde vak geplaatst. Haar bewegingen zijn soepel, geconcentreerd doet ze haar werk.

Ik sta een paar meter van haar verwijderd en lees de voedingswaarde van een product.

Op dit vroege uur is het nog tamelijk rustig in de supermarkt, de morgen is jong en pas begonnen. Enkele klanten lopen gehaast het gangpad door, aan hun arm bungelt nonchalant het boodschappenmandje met daarin de artikelen die ze willen afrekenen aan de kassa.

Er komt een jongen aandrentelen die het neerknielende meisje met belangstelling observeert. Hij is van haar leeftijd, misschien een jaartje ouder, een goeduitziende knaap van 1.80 m lengte ongeveer. Hij is goed gekleed, geen capachionachtige type. Integendeel, zijn kleren zijn met smaak gekozen, oorbellen of piercings zijn aan hem niet besteed.

Hij pakt een willekeurig artikel in zijn hand, maar het is duidelijk dat hij daarin niet geïnteresseerd is. Weer glijdt zijn blik naar het meisje voor hem. Hij zet het artikel terug en stapt op haar af. Hij is gespannen als een veer, zijn hele houding straalt dat uit. “Goedemorgen”, hoor ik hem zeggen.

Het meisje dat nu de onderste schappen aan het bijvullen is, kijkt verstrooid op. Ze beantwoord zijn groet vriendelijk. “Het is nog niet erg druk in de supermarkt”, vervolgt de jongen, “och”, merkt ze op, “dat wordt in de loop van de dag wel anders hoor.” Hij knikt en lacht verlegen. “Werk je hier alle dagen?”

“Nee’, zegt ze, dat is verschillend, “soms ’s morgens, dan weer ’s middags.

Maar waarom wil je dat weten?” Hij geeft geen antwoordt op haar vraag.

“Ik kom hier vaak in de middag maar dan heb ik je hier nog nooit gezien.”

“Och”, zegt ze gevat, “besteed je altijd zoveel aandacht aan het personeel?”

Ze slaat de ogen naar hem op en hij kijkt op het knappe meisje neer, een grinnik ontsnapt zijn keel. Ik kan het gesprek woordelijk volgen, de jongelui merken mij geen van tweeën op, althans niet in die zin dat zij mijn richting uitkijken. Sta ik hen af te luisteren?, is het wel netjes dat ik hier blijf staan? Maar ik ben toch naar de supermarkt gegaan net als ieder ander om inkopen te doen?

De artikelen die ik nodig heb staan toevallig in dit schap, ik hoef toch niet weglopen omdat die jongelui een gesprek met elkaar voeren? Die twee, op een paar meter afstand van mij verdaan, houden mijn aandacht op de een of andere manier gevangen. De jongen raapt al zijn moed bijeen, het is erop of eronder, het is nu of nooit, zie je hem denken. “Ja”, zegt hij hakkelend, “weet je, ik kom alleen voor jou naar de supermarkt. Alleen maar kijken of jij er bent.” ”Alleen voor mij?” Ik zie haar hevig blozen, zijn woorden hebben haar volledig van haar stuk gebracht. “Ja”, zegt hij, “alleen voor jou. Als je er niet bent ben ik heel erg teleurgesteld, koop een rolletje drop of pepermunt en ga weer weg.

“Weet je”, hij lacht schaapachtig, “in de loop der tijd heb ik geloof ik wel 40 rollen thuis liggen.” Mijn moeder merkte verwonderd op wat ik wel met zoveel snoepgoed wilde, toen ze het thuis in de la zag liggen.” Het jonge meisje schiet kirrend in de lach. De jongen zakt door zijn knieën en is nu vrijwel met haar op gelijke hoogte. Het spel is op de wagen, de eerste toenadering is gezet die het meisje niet geheel onverschillig laat. Hij praat door, druk en vlug, “weet je, ik weet niet eens hoe je heet en waar je woont, maar ik vind jou een heel mooi meisje. Ik hoop niet dat je al een vaste vriendje hebt, want ik wil je vragen of je met me mee wilt naar FOX, naar een optreden van Jan Smit.” Hij ratelt aan één stuk door, het meisje krijgt niet de gelegenheid hem te onderbreken.

“Ik heb twee kaarten voor het optreden, ik zou met een vriend gaan maar die ligt met een flinke griep in bed.” Hij kijkt haar van opzij gespannen aan. Ze kijkt voor zich uit, beduusd wat haar op deze vroege morgen is overkomen, de dieprode kleur siert nog altijd haar lief gezicht. Ze probeert vanuit haar knieën op te staan, maar de jongen veert elastisch omhoog en steekt haar galant zijn hand toe om haar overeind te helpen. Ik sla het stel nog steeds vanuit mijn ooghoeken gaande. Hij houdt haar hand nog een ogenblik in de zijne en stelt zich beleefd aan haar voor. “Peter Boonstra”, hoor ik hem zeggen, “ik ben Francisca de Groot,” zegt het jonge ding, die rank als een hinde tegenover hem staat. “Goh, wat een leuke naam, Francisca”, prevelt de jongen.

“Hou je wel van de muziek van Jan Smit? We kunnen ook elders anders naar toe gaan hoor, als je dat liever wilt.” “Ik heb nog niet gezegd dat ik met je mee zal gaan”, hoor ik haar zeggen. “Ja, je hebt gelijk”, zegt hij, die nu door haar in verlegenheid wordt gebracht. Blozend slaat hij zijn ogen neer. Ik kan niet verstaan wat ze verder zegt, doordat er een man met enkele kratten bier in de boodschappenkar voorbijkomt, waardoor haar antwoord in het lawaai van de dansende flesjes in de kratten verloren gaat.

Ik kijk de man bijna vernietigend na die het onderonsje zo ruw kwam verstoren. Blijkbaar heeft ze zijn uitnodiging aanvaard, de jongen maakt schijnbaar een opmerking die haar in de lach doet schieten. Haar volle mond opent zich en een rij witte tanden lacht hem tegemoet. “Tot vrijdag”, zegt hij stralend tegen het meisje, lichtvoetig, zwevend bijna,vlindert hij weg.

Hij draait zich om en botst bijna tegen een mevrouw op om de hoek van het gangpad. De jongen excuseert zich beleefd en omstandig. De vrouw lacht. “Het is goed hoor jongen”, zegt ze goedig. Ik stap naar buiten, een koude noordenwind voert natte sneeuw mee die kletst in mijn gezicht. Ik merk het nauwelijks. Mijn hoofd zit vol gedachten.Flarden herinneringen komen bovendrijven uit mijn jeugd, toen je nog zo heerlijk jong was zoals die beiden zoeven in de supermarkt…….

Geen mens kan zonder liefde in zijn leven.Het is het allermooiste wat er tussen twee mensen kan bestaan. Liefde. Maar ze kan ook onnoemlijk hard en meedogenloos zijn, vooral als wederzijdse ouders er zich mee gaan bemoeien. Wat immers in het verleden nog wel eens gebeurde, omdat, om zo maar eens een voorbeeld te noemen, één van beiden niet tot hetzelfde geloofsgemeenschap behoorde.

Nu zouden de jongelui het been stijf houden en de kont tegen de kribbe gooien, maar dat was vroeger wel even anders. Tegen je ouders ingaan kwam haast niet voor, dat deed je gewoon niet. Waar moesten ze ook naartoe, woningen waren niet beschikbaar, geld en goed ontbraken.

Een verschrikkelijk voorbeeld was Sietse Kremer, een man van ver in de zeventig bij wie ik de post bestelde. Hij vertelde mij het verhaal pas later, toen ik op een morgen hem een brief overhandigde van zijn zuster, niet wetende welke onheilstijding in het epistel stond vermeld. Totdat ik hem eens op een morgen huilend aantrof op een bankje naast de zijgevel van zijn bedoeninkje. Op de tafel lag de bewuste brief, ernaast een vergeelde foto. Meer dan 50 jaar lang hield hij zielsveel van een vrouw die hij nooit heeft gekregen, omdat ouders en kerk het hadden verboden.

Het kon gewoon niet, want twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen. Echte ware liefdes werden uiteengereten vanwege geloof of afkomst. Vrijwel elke dag spookte ze door zijn hoofd, hij kon en wilde haar niet vergeten. Toen ze hem noodgedwongen moest verlaten heeft hij nooit meer naar een andere vrouw omgezien.

Hij is altijd alleen gebleven, zo intens waren de gevoelens voor haar. Toen hij het schokkende bericht van haar overlijden ontving, was hij maanden kapot van verdriet. Het is onvoorstelbaar hoe ongelooflijk diep ware liefde in een mensenhart kan wortelen. Pure ellende is het verhaal van een oude man die meer dan 50 jaar door liefdesverdriet werd gekweld.

Eén ding is mij altijd bijgebleven, en ik krijg nog kippenvel bij de gedachte toen hij het aan mij toevertrouwde; Misschien ontmoeten we elkaar weer in de hemel, och wat zou dat mooi zijn jong, het weerzien met haar. Dat moment van innig geluk, er zijn dagen dat ik er zo naar verlang. Ontroert hoorde ik het aan, toen hij vertelde hoe het ware geluk van twee jonge mensen als door de bliksem gespleten, werd verstoord.

Hij richtte zijn blik naar de hemel, waar grote witte wolken voorbijdreven maar daarachter, heel misschien, in het oneindige heelal, wachtte hem een weerzien, een weerzien met Stientje.

In gedachten verzonken bleef hij naar de wolken staren, alles om zich heen vergetend. Oude Sietze, uit zijn linkerooghoek drupte een traan…….

De namen in dit verhaal zijn om privacyreden gefingeerd.

Jan Smit trad vrijdag 21 februari 2008 op in discotheek FOX in Stadskanaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.